Rapport 18 december 2017: klacht over onheus bejegenen en misbruik maken van bevoegdheden

Verzoeker heeft de Ombudscommissie gevraagd zijn klacht te onderzoeken inhoudende dat de gemeente Eindhoven verzoeker onheus heeft bejegend en misbruik heeft gemaakt van haar bevoegdheden.

Het verzoek

Op 25 september 2017 heeft verzoeker een klacht ingediend bij de Ombudscommissie Eindhoven (hierna: “de Ombudscommissie”), omdat de gemeente Eindhoven (hierna: “de gemeente”) hem onheus zou hebben bejegend en misbruik van haar bevoegdheden heeft gemaakt. Verzoeker heeft aan de Ombudscommissie gevraagd  zijn klacht te onderzoeken.

Bevoegdheid, kenbaarheid en behandelingsplicht

De te onderzoeken klachten betreffen gedragingen van de gemeente . De Ombudscommissie is ingesteld als externe klachteninstantie  en de Ombudscommissie heeft vastgesteld dat een interne klachtenbehandeling aan het verzoek vooraf is gegaan.

Hiermee is voldaan aan het zogenaamde kenbaarheidsvereiste van art 9:20 van de Algemene wet bestuursrecht.

Procedure

De Ombudscommissie heeft kennis genomen van de ingekomen stukken met betrekking tot de klacht en heeft partijen bij schrijven d.d. 17 oktober 2017 uitgenodigd voor een hoorzitting op 7 november 2017. Aan het einde van de hoorzitting heeft de voorzitter van de Ombudscommissie het onderzoek gesloten en meegedeeld dat de Ombudscommissie zich gaat beraden over het verzoek.

Van de hoorzitting is een verslag opgesteld, dat op  20 november 2017 tezamen met een concept verslag van bevindingen is gestuurd naar partijen.  Hierop heeft de gemeente per email van 28 november 2017 gereageerd. De Ombudscommissie heeft  het voorstel van de gemeente om in het verslag van de hoorzitting de tekst ‘verslag van de hoorzitting’ te wijzigen in ‘verslag van verhoor’ overgenomen. Verzoeker heeft bij email d.d. 30 november verzocht punt 7 van het verslag van bevindingen te wijzigen in: “De gemeente heeft een poging gedaan een verklaring te ondertekenen”. De Ombudscommissie ziet in deze wijziging geen verbetering en heeft het verslag van bevindingen ongewijzigd vastgesteld. De verzoeker heeft na deze datum nog een aantal e-mails gestuurd. Deze zijn niet in het onderzoek en eindoordeel betrokken omdat het onderzoek na de hoorzitting op 7 november 2017 gesloten is Dit is verzoeker ook schriftelijk meegedeeld.

De Ombudscommissie meent thans een volledig beeld van de gang van zaken te hebben en komt in dit rapport tot haar eindoordeel.

De bevindingen van de Ombudscommissie

Het standpunt van verzoeker

De Ombudscommissie heeft kennisgenomen van het dossier en de ingekomen stukken tot aan het moment van de hoorzitting. Tijdens de hoorzitting is expliciet aan verzoeker gevraagd te omschrijven en te duiden over welke gedragingen van de gemeente Eindhoven verzoeker een klacht heeft. Uit het dossier en hetgeen door verzoeker naar voren is gebracht,  zijn kort en zakelijk weergegeven de volgende klachten te onderscheiden:

  1. De gemeente heeft verzoeker opgeroepen voor een gesprek op 8 augustus 2017 zonder dat het doel van het gesprek bekend was. Eerst in dit gesprek bleek dat er sprake was van een strafrechtelijk onderzoek naar fraude, zonder dat verzoeker daarop is gewezen.
  2. De ambtenaren, waar verzoeker mee gesproken heeft, hebben zich niet gelegitimeerd.
  3. De gemeente heeft verzoeker in het gesprek op 8 augustus 2017 ten onrecht geen cautie gegeven.
  4. De gemeente heeft geen toestemming gegeven het gesprek van 8 augustus 2017 op te nemen.
  5. De gemeente heeft zonder toestemming een kopie van het paspoort van verzoeker gemaakt.
  6. De gemeente heeft ten onrechte niet ingestemd om een gedeelte van de bankafschriften zwart te maken.
  7. De gemeente heeft verzoeker gedwongen een verklaring te ondertekenen.
  8. De gemeente heeft verzoeker onheus bejegend door insinuerende opmerkingen te maken over het modellenwerk van verzoeker.
  9. De gemeente heeft zich schuldig gemaakt aan misbruik van bevoegdheid door de betrokken ambtenaren niet ex artikel 365 Wetboek van Strafrecht van het onderzoek af te halen.

Standpunt van de gemeente

Ad 1: Er was geen sprake van een strafrechtelijk onderzoek. Verzoeker was opgeroepen in het kader van een onderzoek naar de rechtmatigheid van de door hem genoten uitkering, nadat verzoeken om inlichtingen d.d. 22 en 30 juni en 14 juli 2017door verzoeker niet dan wel slechts gedeeltelijk waren ingewilligd. Deze inlichtingen waren nodig om het recht op uitkering van verzoeker in het kader van de Participatiewet vast te stellen. In artikel 17 Participatiewet is vastgelegd de verplichting voor uitkeringsgerechtigden om informatie te verschaffen. Er was dus sprake van een bestuursrechtelijk onderzoek naar het recht op uitkering. Dit blijkt ook duidelijk uit de uitnodigingsbrief d.d.25 juli 2017.

Ad 2: De ambtenaren hebben zich wel degelijk gelegitimeerd.

Ad 3: Nu er sprake was van een bestuursrechtelijk onderzoek was er geen aanleiding om cautie te verlenen.

Ad 4: De gemeente heeft niet geweigerd om het gesprek door verzoeker te laten opnemen, maar verzoeker heeft zelf van het opnemen afgezien.

Ad 5: Bij het doorkijken van het paspoort bleek dat verzoeker zonder vakantiemelding aan de gemeente in het buitenland is geweest. Hierover zijn aan verzoeker vragen gesteld, maar hij heeft hierop geen antwoord willen geven. Dit is in strijd met de inlichtingenplicht welke op rust. De inbreuk op de privacy was geoorloofd in het kader van het rechtmatigheidsonderzoek.

Ad 6: Gemeente heeft aangegeven dat het zwart maken van delen van de ingebrachte stukken niet in het belang van verzoeker was. Verzoeker heeft daarop vrijwillig afgezien van het zwart maken van delen van de tekst.

Ad 7: Door de ambtenaren is een rapport opgesteld naar aanleiding van het gesprek en het rapport is door de ambtenaren op ambtseed ondertekend. Verzoeker heeft niet getekend en van dwang daartoe is geen sprake.

Ad 8: De gemeenteambtenaar heeft niet bedoeld verzoeker te beledigen door opmerkingen te maken over zijn modellenwerk. De opmerkingen waren juist als complimenten bedoeld. Hij heeft verzoeker schriftelijk excuus aangeboden voor de gerezen misverstanden.

Ad 9: Er is geen sprake van misbruik van bevoegdheid.

De overwegingen van de Ombudscommissie

 

Wijze van beoordeling

De Ombudscommissie onderzoekt of de gemeente op een behoorlijke manier is omgegaan met verzoeker en zijn belangen. De Ombudscommissie toetst aan de Behoorlijkheidswijzer van de Nationale Ombudsman, te vinden op www.nationaleombudsman.nl/behoorlijkheidswijzer.

In dit onderzoek heeft de Ombudscommissie met name getoetst aan de behoorlijkheidsnormen:

 Integriteit, Fatsoenlijke bejegening en Goede voorbereiding.

Beoordeling

Ten aanzien van klachtonderdeel  1

Tijdens het onderzoek is de Ombudscommissie uit geen enkel feit gebleken dat er sprake was van een fraudeonderzoek zoals verzoeker stelt. In het cliëntenrapport en in het verslag van verhoor is duidelijk aangegeven dat er sprake is van een rechtmatigheidsonderzoek. Verzoeker is bij schrijven d.d. 22 juni 2017, 30 juni 2017 en 14 juli 2017 verzocht een aantal inlichtingen in het kader van zijn inlichtingenplicht ex artikel 17 Participatiewet te verstrekken. Ook in het schrijven d.d. 25 juli 2017 wordt verzoeker uitgenodigd voor een gesprek voor het verstrekken van gegevens, die nodig zijn voor het beoordelen van verzoekers recht op een uitkering op grond van de Participatiewet. De Ombudscommissie is van oordeel dat hier duidelijk sprake is van een rechtmatigheidsonderzoek:

een bestuursrechtelijk onderzoek naar de rechtmatigheid van de uitkering van verzoeker.

De Ombudscommissie acht dit onderdeel van de klacht ongegrond.

Ten aanzien van klachtonderdeel  2

De ambtenaren hebben desgevraagd aan de Ombudscommissie tijdens de hoorzitting verklaard dat zij zich wel degelijk gelegitimeerd hebben. Verzoeker blijft dit ontkennen.

De Ombudscommissie kan gelet op de tegenstrijdige verklaringen de juiste gang van zaken niet vaststellen en onthoudt zich van een oordeel op dit onderdeel van de klacht.

Ten aanzien van klachtonderdeel 3

Nu het geen strafrechtelijk onderzoek betrof, hoefde verzoeker geen cautie te worden gegeven. Artikel 5:10a lid 1 Awb bepaalt: “Degene die wordt verhoord met het oog

op het aan hem opleggen van een bestraffende sanctie, is niet verplicht ten behoeve daarvan verklaringen omtrent de overtreding af te leggen.” Nergens uit het verslag van verhoor blijkt dat oplegging van een boete wordt overwogen. Dat later na onderzoek besloten is tot het instellen van een strafrechtelijk onderzoek doet daaraan niets af.

De Ombudscommissie acht dit onderdeel van de klacht dan ook ongegrond.

Ten aanzien van klachtonderdeel  4

De gemeente ontkent opname van het gesprek te hebben tegengehouden. Verzoeker erkent zelf ervoor gekozen te hebben geen geluidsopname te maken.

Onder deze omstandigheden is er geen sprake van een laakbare gedraging van de zijde van de gemeente.

De Ombudscommissie acht dit onderdeel van de klacht ongegrond.

Ten aanzien van klachtonderdeel  5

Vast staat dat het paspoort door verzoeker aan de gemeente is verstrekt. Bij het doorbladeren werd vastgesteld dat er een aantal stempels van buitenlandbezoeken in het paspoort voorkwamen. In het kader van het ingestelde rechtmatigheidsonderzoek was verzoeker verplicht tot het verstrekken van informatie. Vast is komen te staan dat het bezoek aan het buitenland niet vooraf was gemeld. De vakantiemelding gedateerd 5 mei is eerst op 15 september 2017 op het gemeentehuis ontvangen.

Onder deze omstandigheden behoort naar het oordeel van de Ombudscommissie het verstrekken van een afschrift van het paspoort tot de inlichtingenplicht van verzoeker.

De Ombudscommissie acht dit onderdeel van de klacht ongegrond.

Ten aanzien van klachtonderdeel  6

Nu partijen een tegenstrijdige verklaring afleggen ten aanzien van dit punt, kan de Ombudscommissie de feitelijke gang van zaken niet vaststellen.

De Ombudscommissie onthoudt zich van een oordeel op dit onderdeel van de klacht.

Ten aanzien van klachtonderdeel  7

Uit het onderzoek is de Ombudscommissie niet gebleken dat verzoeker een verklaring heeft ondertekend. Het verslag van verhoor is door de gemeente op ambtseed opgemaakt en is niet door klager ondertekend.

De Ombudscommissie acht dit onderdeel van de klacht ongegrond.

Ten aanzien van klachtonderdeel  8

De gemeente heeft erkend dat de opmerkingen ten aanzien van het modellenwerk van verzoeker weliswaar anders en zeker niet beledigend of denigrerend bedoeld zijn geweest. De gemeente heeft voor het indienen van het verzoekschrift reeds schriftelijk haar excuses aangeboden aan verzoeker.

De Ombudscommissie oordeelt dit onderdeel van de klacht ongegrond.

Ten aanzien van klachtonderdeel  9

De Ombudscommissie heeft vastgesteld dat er sprake was van een bestuursrechtelijk onderzoek naar de rechtmatigheid van de uitkering van verzoeker. Deze bevoegdheid is  nadrukkelijk aan de gemeente  in onder meer de artikelen 17 tot en met 19 Participatiewet verleend. Er is derhalve geen sprake van misbruik van bevoegdheid.

De Ombudscommissie acht dit onderdeel van de klacht ongegrond