Rapport 19 december 2016: klacht over wijze van controle op huisjesmelkers

Verzoekers hebben de Ombudscommissie gevraagd hun klachten te onderzoeken over de  intensieve controles in de panden van verzoekers in het kader van het integrale beleid ten aanzien van huismelkers door de gemeente Eindhoven. De klachten richten zich met name tegen de disproportionaliteit van het overheidsoptreden en de wijze van communiceren.   

Het verzoek

Verzoekers xxxx, vertegenwoordigd door xxxx, hierna te noemen verzoekers, hebben de Ombudscommissie gevraagd hun klachten te onderzoeken over de  intensieve controles in de panden van verzoeker in het kader van het integrale beleid ten aanzien van huismelkers door de gemeente Eindhoven. De klachten richten zich met name tegen de disproportionaliteit van het overheidsoptreden en de wijze van communiceren.          

Bevoegdheid, kenbaarheid en behandelingsplicht

De te onderzoeken klachten betreffen gedragingen van de gemeente Eindhoven, hierna te noemen de gemeente. De Ombudscommissie is ingesteld als externe klachtinstantie voor gedragingen van de gemeente Eindhoven. 

Een interne klachtbehandeling door de gemeente is aan het verzoek voorafgegaan. Daarmee is voldaan aan het zogenaamde kenbaarheidsvereiste van artikel 9:20 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De procedure

Verzoekers hebben de Ombudscommissie op 12 februari 2016 gevraagd hun klachten te onderzoeken. De gemeente heeft haar standpunten in een verweerschrift d.d. 31 maart 2016  aan de Ombudscommissie duidelijk gemaakt.  Door het terug treden van de vorige Ombudscommissie heeft de hoorzitting van de nieuwe Ombudscommissie eerst op 10 oktober 2016 plaatsgevonden. Beide partijen hebben in de hoorzitting een toelichting gegeven en vragen van de commissie beantwoord, nadat de Ombudscommissie kennis had genomen van de ingekomen stukken. Van de hoorzitting is verslag opgesteld, dat naar zowel de verzoekers als de gemeente is opgestuurd voor eventueel aanvullend commentaar. Hierop is op 5 november 2016 een reactie van de gemeente gekomen en op 7 november hebben verzoekers gereageerd. Op 13 november 2016 is het definitieve verslag van de hoorzitting aan partijen verzonden. Vervolgens is een verslag van bevindingen opgesteld, waarop beide partijen op 1 december 2016 hebben gereageerd. De Ombudscommissie heeft deze reacties gewogen en betrokken  in onderstaande bevindingen.

De Ombudscommissie toetst het handelen van de gemeente aan de hand van de behoorlijkheidswijzer (www.nationaleombudsman.nl/behoorlijkheidswijzer).  Als bezwaar dan wel beroep tegen een besluit kan of kon worden ingesteld is de Ombudscommissie niet bevoegd een onderzoek in te stellen.

Bevindingen van de Ombudscommissie

Het standpunt van verzoekers

Zakelijk weergegeven hebben verzoekers ter beoordeling aan de Ombudscommissie voorgelegd het naar hun mening disproportionele optreden van de Gemeente Eindhoven en de slechte communicatie rond de uitgevoerde controles in de panden van verzoekers.

Dit disproportioneel optreden komt tot uiting in de volgende punten:

  1. Intensiteit van de controles en de handhaving geschiedt niet op de minst bezwarende wijze, waarbij sommige panden in korte tijd meerdere malen werden gecontroleerd zonder dat er sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden. Bij hercontrole werden een nieuwe lijst van tekortkomingen geproduceerd, terwijl die tekortkomingen bij de eerdere controles al geconstateerd hadden kunnen worden.
  2. De controles werden zonder vooraankondiging uitgevoerd met een grote groep mensen en er werd gecontroleerd op bagatelzaken en zaken die niet toe te rekenen waren aan de verzoekers.
  1. Bij de controles werden aan de huurders allerlei vragen gesteld en werden verdachtmakingen in de richting van de verhuurder gemaakt.
  2. Anderen die als huisjesmelkers zijn betiteld in het Actieplan integrale veiligheid zijn niet op dezelfde manier gecontroleerd.

De slechte communicatie wordt verduidelijkt aan de hand van de volgende voorbeelden;

  1. Brief inzake xxxxstraat nr. xx verzonden aan het verkeerde adres.
  2. Ondanks verzekering dat geen nieuwe controlebezoeken aan panden van verzoekers worden gebracht, vindt binnen een kwartier wederom een controle plaats.
  3. Afsluiten gasinstallatie in xxxxstraat  nr. xx zonder een schriftelijk besluit. Eerst na 9 weken wordt een schriftelijk besluit genomen.
  4. Rapportage van de controles voldeed niet aan de redelijk daaraan te stellen eisen.
  5. De gemeente heeft niet gereageerd op verzoeken tot overleg.


Standpunt van de gemeente

Ad 1: Intensiteit controles

De gemeente bestrijdt dat er sprake is van disproportioneel handelen. In de 109 controles zijn ook een aantal hercontroles begrepen. Het betreft daarnaast circa 60 panden van verzoekers, die zijn gecontroleerd in het kader van de strijd tegen huisjesmelkerij en passen in het Beleidsplan Integrale Veiligheid. In een gesprek met verzoekers in juni 2014 met de projectleider en een politiemedewerker is bovendien aangekondigd dat alle panden van verzoekers gecontroleerd zouden worden en wat daarvan de reden was. De controles zijn, anders dan verzoekers stellen, niet uitgevoerd in het kader van het Bouwbesluit. Indien bij hercontrole tekortkomingen worden geconstateerd worden deze in de rapportage vermeld, ongeacht het tijdstip van het ontstaan van de tekortkoming. De controles hebben bovendien in een aantal gevallen geleid tot het toepassen van bestuursdwang en het opleggen van dwangsommen.

Ad 2: Onaangekondigde controles door een groot BITE-team

De gemeente kondigt de bezoeken juist niet aan, omdat de controles plaatsvinden in het kader van het Actieplan Integrale Veiligheid 2014 – 2015. Het doel is het tegengaan van onveilige situaties en/of het voorkomen van overlast door georganiseerde criminaliteit, zoals hennepteelt en mensenhandel. Door deze brede aanpak wordt ook het aantal personen betrokken bij een controle verklaard, te weten 7 tot 8 personen. Dat dit bedreigend kan overkomen, wordt erkend en op grond van de resultaten van de controles bij verzoekers is inmiddels besloten de grootte van het team af te schalen. Wel merkt de gemeente op dat bij de controles 195 overtredingen zijn geconstateerd op het gebied van van bouwen, brandveiligheid en vergunningen .

Het risico voor het controleteam is sterk verminderd, doordat geen strafbare feiten zijn vastgesteld bij de controles. Daarom is ook besloten het BITE-team voortaan met minder mensen de controles te laten uitvoeren en - indien dit naar het oordeel van de gemeente mogelijk is- een controle vooraf aan te kondigen. De controles worden in geheel Eindhoven op dezelfde manier uitgevoerd en er wordt geen onderscheid gemaakt voor de panden van verzoekers. Het betreft een integrale controle en de gemeente herkent zich niet in de gedachte dat alleen op bagatelzaken gecontroleerd is. Zo is ook onder meer elektra-fraude vastgesteld. De bij de controle vastgestelde zaken werden vastgelegd, ongeacht aan wie de punten toerekenbaar waren.

Ad 3: Vragen aan huurders/verdachtmakingen verhuurders

De gemeente geeft aan dat de vragen aan de huurders zijn gesteld om te onderzoeken of er sprake is van onrechtmatige exploitatie van de panden, het zonder vergunning verhuren of hoge huren. Hiervan is de gemeente in de panden van verzoekers echter niet gebleken. Alvorens vragen te gaan stellen is de betrokken huurder daarvoor toestemming gevraagd en deze toestemming is ook verkregen .In 2014 is in panden aan de xxxxstraat fraude geconstateerd met elektra.

De gemeente ontkent dat richting verhuurders verdachtmakingen zijn gemaakt in verband met mogelijke strafbare feiten.

Ad 4: Andere huisjesmelkers zijn niet op dezelfde manier gecontroleerd

De gemeente geeft aan dat in een persoonlijk gesprek is verwoord dat verzoekers  in beeld waren van de gezamenlijke overheid. In dit gesprek is aangekondigd dat de panden van verzoeker gecontroleerd gaan worden.

Ad a: Brief verzonden aan verkeerd adres

De gemeente erkent dat met betrekking tot het pand xxxxstraat nr. xx  een brief aan het verkeerde adres is gestuurd. Volgens haar betreft het een verschrijving. De gemeente ontkent met klem dat er sprake is van opzet om verzoekers in een kwaad daglicht te stellen en geeft aan dat verkeerde adressering slechts 1 keer is voorgekomen.

Ad b: Controle pand verzoekers, terwijl verzekerd was dat geen controle meer zou plaatsvinden

De gemeente ontkent, dat gesteld is dat er die dag geen controle meer zouden plaatsvinden bij panden van verzoekers. De gemeente heeft gesteld dat controles zonder vooraankondiging plaatsvinden.

Het oordeel

De Ombudscommissie is van oordeel dat de klacht op één onderdeel gegrond is en op de   overige onderdelen ongegrond. De Ombudscommissie doet een aanbeveling aan de gemeente.

De Ombudscommissie is van oordeel dat de gemeente haar bevoegdheid niet disproportioneel heeft gebruikt. De intensieve controles waren gebaseerd op beleid vastgesteld in het Actieplan Integrale Veiligheid  2014-2015 . Verzoekers beschikken over een groot aantal panden. Dit betekent veel controles en hercontroles naar aanleiding van geconstateerde overtredingen. Zodra dat mogelijk was heeft de gemeente het aantal en de intensiteit van de controles neerwaarts bijgesteld. Ook werden controles indien mogelijk aangekondigd uitgevoerd.

De Ombudscommissie constateert dat de gemeente met haar optreden jegens verzoekers haar beleid heeft uitgevoerd. Bovendien heeft de gemeente verzoekers op de hoogte gesteld van dit beleid en van aanstaande controles.

De Ombudscommissie is van oordeel dat het  optreden van de gemeente voldoet aan de behoorlijkheidsnormen:  “goede informatievoorziening”,  “respecteren van grondrechten, ”fatsoenlijke bejegening”, “evenredigheid”, “de-escalatie “, “goede motivering”, “onpartijdigheid” en “redelijkheid”.

De gemeente heeft op goede gronden spoedeisende bestuursdwang toegepast. De gemeente heeft echter verzuimd om de toegepaste bestuursdwang (art 5:31 lid 2 Awb) zo spoedig mogelijk middels een besluit aan verzoekers bekend te maken. De gemeente heeft eerst 9 weken na de toegepaste bestuursdwang een besluit genomen en aan verzoekers gezonden.

Aldus is de gemeente tekortgeschoten in de behoorlijkheidsnormen “Voortvarendheid” en “goede organisatie” en op dit onderdeel is de klacht naar het oordeel van de Ombudscommissie gegrond.

AANBEVELING

De Ombudscommissie beveelt de gemeente aan  onder verwijzing naar de behoorlijkheidsnormen “voortvarendheid” en “goede organisatie” om in de toekomst voortvarend te handelen bij de toepassing van artikel 5:31 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht.