Rapport 5 november 2015: klacht over reactie op verzoek om actie tegen parkeeroverlast Zandrijk

Verzoeker heeft de Ombudscommissie gevraagd zijn klacht te onderzoeken over de wijze waarop de gemeente omgaat met zijn verzoek iets te doen tegen de parkeeroverlast die hij als bewoner van de wijk Zandrijk in Eindhoven ondervindt na het invoeren van betaald parkeren op het nabij gelegen Eindhoven Airport.

Het verzoek

Verzoeker heeft de Ombudscommissie gevraagd zijn klachten te onderzoeken over de wijze waarop de gemeente omgaat met zijn verzoek iets te doen tegen de parkeeroverlast die hij als bewoner van de wijk Zandrijk in Eindhoven ondervindt na het invoeren van betaald parkeren op het nabij gelegen Eindhoven Airport.

Bevoegdheid, kenbaarheid en behandelingsplicht

De te onderzoeken klachten betreffen gedragingen van de gemeente Eindhoven (hierna te noemen: gemeente). De Ombudscommissie is ingesteld als externe klachtinstantie voor gedragingen van de gemeente Eindhoven. 

Een interne klachtbehandeling door de gemeente is aan het verzoek voorafgegaan. Daarmee is voldaan aan het zogenaamde kenbaarheidsvereiste van artikel 9:20 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De procedure

Verzoeker laat de Ombudscommissie in zijn mailbericht van 20 januari 2015 weten, niet tevreden te zijn met het antwoord van de gemeente op zijn klacht. Verzoeker vraagt de Ombudscommissie  zijn klachten te onderzoeken.

De gemeente heeft haar standpunt in een verweerschrift aan de Ombudscommissie verwoord. Beide partijen hebben in een hoorzitting op 11 maart 2015 een toelichting gegeven aan de Ombudscommissie en vragen beantwoord. 
De Ombudscommissie heeft haar bevindingen opgesteld en partijen in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Bij mailberichten van 13 juni 2015 en 19 juli 2015 heeft verzoeker hierop gereageerd met een aantal opmerkingen. De gemeente heeft per mail op 8 juli 2015  laten weten twee aanvullende opmerkingen op de bevindingen te hebben. Beide reacties zijn aan de bevindingen gehecht.

De tijd die de Ombudscommissie nodig heeft gehad om tot dit advies te komen is veel langer dan te doen gebruikelijk. Capaciteitsproblemen bij de ondersteuning van de Ombudscommissie liggen hieraan ten grondslag. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders zijn hier reeds over geïnformeerd. Dit neemt niet weg dat voor verzoeker een en ander heeft geleid tot een bijzonder lange (wacht)termijn voor dit rapport. De Ombudscommissie betreurt deze gang van zaken en biedt aan verzoeker hiervoor haar verontschuldigingen aan.

Bevindingen van de Ombudscommissie

Algemeen

Op het parkeerterrein van Eindhoven Airport en het aangrenzende bedrijventerrein is in 2010 betaald parkeren ingevoerd. Als gevolg daarvan is de parkeerdruk in de nabij gelegen woonwijk Meerhoven  toegenomen. Verzoeker heeft als bewoner van deze wijk daarover in 2010 al eens een klacht ingediend bij de gemeente, wat ertoe heeft geleid dat verzoeker werd uitgenodigd om deel te nemen aan een bewonersplatform. 
In 2014 heeft verzoeker opnieuw een klacht bij de gemeente ingediend. In de tussenliggende jaren is er onderzoek gedaan naar de verkeerssituatie in de wijk (Meerhoven) en in de buurt waar verzoeker woont (Zandrijk), maar heeft de gemeente geen concrete maatregelen uitgevoerd om het parkeerprobleem op te lossen.

Het standpunt van verzoeker

Verzoeker zegt in zijn mailbericht van 20 januari 2014 aan de Ombudscommissie en tijdens de hoorzitting over deze klachten:

Verzoeker woont in de Zanddreef, onderdeel van de wijk Zandrijk. De parkeernorm voor deze straat was ten tijde van de oplevering ongeveer 15 jaar geleden 1,3 parkeerplaatsen per woning omdat de wijk is opgezet als autoluwe wijk. In andere gebieden is de norm inmiddels verhoogd naar 1,5 of 1,7 maar in de Zanddreef houdt de gemeente vast aan de norm van 1,3, ondanks de parkeerproblemen. Verzoeker geeft aan dat de parkeernorm een gegeven is als je een woning koopt, maar door toedoen van de gemeente zijn deze problemen verergerd. Als gevolg van de invoering van betaald parkeren op het terrein rondom Eindhoven Airport parkeren veel reizigers in de naastgelegen wijk en dat gedurende hun hele vakantie.

Niet alleen is er geen plek meer voor bewoners bij thuiskomst na het werk, maar er ontstaan volgens verzoeker ook gevaarlijke situaties met dubbel parkeren waardoor hulpdiensten worden gehinderd en er vernielingen plaatsvinden.

Verzoeker schrijft dat de gemeente ter voorbereiding van de invoering van betaald parkeren een onderzoek heeft laten doen door Bureau Raadhuis Advies. In een rapport in 2009 stelde dit bureau  vast dat er als gevolg van invoering van betaald parkeren verdringing van vakantieparkeerders naar de naastgelegen wijk zou gaan plaatsvinden, met name rondom bushaltes van lijn 401. Deze haltes liggen (ook) in de straat waar verzoeker woont. Vliegreizigers parkeren vlakbij de haltes en nemen de bus naar het vliegveld.

Tijdens de hoorzitting voegt verzoeker hieraan toe dat hij er dagelijks auto’s aantreft, die tot een paar weken geparkeerd blijven staan. De bushalte in de Zanddreef nabij het huis van verzoeker is de eerste halte in de woonwijk gezien vanaf de luchthaven, zodat volgens verzoeker het probleem daar het grootst is. Bovendien hebben de wijken die op het verdere traject van de bus liggen een ruimere parkeernorm. Het stoort verzoeker dat er niemand de situatie ter plaatse komt opnemen. De feitelijke situatie in de straat wijkt namelijk af van die van de tekeningen, zo staan er bijvoorbeeld paaltjes in plaats van bomen en is er al jaren een boom beschadigd.

In 2010 heeft verzoeker bij de gemeente nagevraagd wat er gedaan zou worden aan de vastgestelde verdringingsproblematiek in zijn straat. In een gesprek heeft de gemeente verzoeker meegedeeld dat dit meegenomen zou worden in een leefbaarheidstraject voor de hele wijk. Verzoeker werd uitgenodigd om deel te nemen in een leefbaarheidscommissie, bestaande uit een bewonersdelegatie en planologen van de gemeente. Dit heeft geresulteerd in een “Bidboek” van 29 juni 2011, waarin een paragraaf is opgenomen voor de parkeerproblematiek in de straat van verzoeker. Het Bidboek concludeert voor die straat een aantal bomen te verplaatsen waardoor er iets meer lucht zou ontstaan voor de bewoners, terwijl anderzijds het groen in de wijk gewaarborgd zou blijven.

Verzoeker geeft aan dat in 2012 de toenmalige wethouder liet weten niets te gaan doen met de adviezen uit het Bidboek. Daarbij erkende de wethouder de hoge parkeerdruk maar sprak de verwachting uit dat extra aan te leggen parkeerplaatsen ook weer bezet zouden worden door vliegreizigers en dat dit ten koste zou gaan van het beschikbare “groen”. Verzoeker vindt dat hiermee het probleem in de straat wordt erkend, maar dat de oplossing met een ondeugdelijke motivering aan de kant wordt geschoven. Verzoeker voelt zich als bewoner met onjuiste argumenten afgeserveerd en als deelnemer in de bewonersdelegatie aan het lijntje gehouden. Verzoeker voegt toe dat hij de indruk heeft dat van te voren al vast ligt wat er in de visie van de gemeente uit moet komen.

Verzoeker is van mening dat de problematiek in zijn straat is ondergesneeuwd door het op te nemen in een groter geheel. Verzoeker vindt dat de gemeente door het afwijzen van de oplossingen in het Bidboek haar verantwoordelijkheid niet neemt voor de risico’s waar het Bureau Raadhuis Advies voor waarschuwde. Deze instantie heeft de gemeente met name geadviseerd oplossingen te zoeken voor de knelpunten die zouden ontstaan rond de bushaltes van lijn 401. 

De gemeente heeft volgens verzoeker aangegeven dat de bewoners met het initiatief voor een oplossing van het probleem (in de vorm van belanghebbenden parkeren) zouden moeten komen. Verzoeker zegt tijdens de hoorzitting dat dit de wereld op z’n kop is. Verzoeker noemt het invoeren van betaald parkeren zonder oplossingen te bieden voor de vastgestelde risico’s en op die wijze de bijeffecten aan de bewoners over te laten niet rechtvaardig. Verzoeker verwacht een actievere opstelling van de gemeente.

Het standpunt van de gemeente

De gemeente geeft onderstaand standpunt weer in het verweerschrift van 17 februari 2015, waarin verwezen wordt naar het oordeel van de gemeente op de klacht van 27 juni 2014. Op de hoorzitting voeren de klachtenbehandelaar en twee medewerkers van de afdeling Verkeer en Milieu namens de gemeente het woord.  

Op de hoorzitting legt de gemeente uit hoe zij de afgelopen jaren met het parkeerprobleem in de wijk waar verzoeker woont is omgegaan. 

In 2009 is een opdracht gegeven om naar de verkeersituatie te kijken. Dit naar aanleiding van een groot aantal klachten van bewoners en ondernemers en de uitkomsten uit een leefbaarheidmonitor in de wijk. De knelpunten bleken te liggen op het vlak van infrastructuur, parkeren en bewegwijzering. Als tweede stap werd met een projectgroep gewerkt aan een visie op het verkeer in Meerhoven. De probleemverkenning had als resultaat een visiedocument met de conclusie dat vastgehouden moest worden aan de autoluwe opzet van de wijk. Als laatste stap werd in samenspraak met bewoners en ondernemers gewerkt aan oplossingsrichtingen. Niet om gedetailleerde oplossingen te genereren, maar om ideeën op te stellen die aanleiding moesten zijn voor nadere studie en uiteindelijk concrete uitvoering.

Op 10 januari 2012 heeft het college een besluit genomen over de aangedragen oplossingsrichtingen. Het bestuur heeft een afweging gemaakt. De gemeente is van mening dat die afweging niet in een klachtenprocedure over kan worden gedaan, omdat men dan op de stoel van het bestuur gaat zitten.

De bedoeling van de gemeente was om in het Bidboek schetsmatig uitgewerkte ideeën op te stellen. Niet met de verwachting dat ze uitgevoerd zouden worden, maar om het gemeentebestuur te helpen een standpunt in te nemen over de wenselijkheid van verdere uitwerking van de beschreven voorstellen. De gemeente is van mening dat niet de verwachting is gewekt dat de maatregelen ook uitgevoerd zouden worden.

De gemeente heeft in een brief van 13 januari 2012 aan de werkgroepleden uitleg gegeven over het besluit en de afwegingen die zij daarin heeft gemaakt. De gemeente heeft overwogen geen extra parkeerplekken aan te leggen omdat:

- deze ten koste gaan van het openbaar groen,

- Meerhoven als een autoluwe wijk is aangelegd,

- de kosten voor circa 200 parkeerplaatsen circa 1 miljoen euro bedragen en

- een groot deel van de parkeerdruk door vreemdparkeerders ontstaat.

Het gemeentebestuur ziet als oplossing meer in het belanghebbenden parkeren en geeft aan dat volgens bestaand beleid de bewoners dit in gang kunnen zetten.

Op de hoorzitting licht de gemeente toe dat als de gemeente zelf het initiatief zou nemen en een enquête zou uitzetten, het gevaar bestaat dat men dit ziet als wens van de gemeente. Er wordt aan toegevoegd dat het ook mogelijk is belanghebbenden parkeren uitsluitend in te voeren in de directe omgeving van de woning van verzoeker.

Op de vraag naar een mogelijkheid van een zogenaamde blauwe zone geeft de gemeente tijdens de hoorzitting aan dat dit veel geld kost voor de gemeente en dat de vergunningen veel duurder zijn voor bewoners dan de vergunningen bij belanghebbenden-parkeren.

Het bidboek wijst verschillende oorzaken aan voor de parkeerproblemen in de wijk waar verzoeker woont. De gemeente noemt:

- het achteraf niet haalbaar blijken van het concept “autoluwe wijk”door het toenemende autobezit,

- de groei van de luchthaven,

- ander gebruik van de privé-parkeerplaats,

- onderbezetting van de parkeergarage van de woningcorporatie Wooninc en

- het ter beschikking stellen van privé-plaatsen aan Airport-reizigers. 

Voor wat betreft de parkeernorm stelt de gemeente zich in het oordeel op de klacht op het standpunt dat de norm binnen de maximale norm van 1,5 blijft, die het bestemmingsplan noemt en verwijst voor een oplossing naar het invoeren van betaald parkeren.

Het verzoek tot verplaatsing van een aantal bomen heeft de gemeente afgewezen. Bomen worden volgens de boombeheerder alleen gekapt in het kader van het boombeheer, niet om parkeerplaatsen te creëren. De gemeente verwijst naar het bomenbeleid, dat zegt dat als er een boom wordt weggehaald dit in hetzelfde gebied gecompenseerd moet worden. Verplaatsing of kappen van een boom gebeurt als de boom vanwege te beperkte ruimte en groeimogelijkheden niet behouden kan worden of de groei van een andere boom in het gedrang komt. Bij een eventuele kap van een boom in de straat van verzoeker zou dit geen extra parkeerplaats opleveren omdat de boombeheerder dan de ruimte optimaal wil benutten voor de boom die dan blijft staan.

Desgevraagd voegt de gemeente er tijdens de hoorzitting aan toe dat het bomenbeleid ook het weghalen van vier a vijf bomen in de straat van verzoeker in de weg staat. Dit omdat het parkeerprobleem overal in de wijk speelt.

Na afloop van de hoorzitting toont verzoeker nog enkele foto’s van de situatie rond de bomen en paaltjes in de Zanddreef.


De overwegingen van de Ombudscommissie


Wijze van beoordeling

De Ombudscommissie onderzoekt of de gemeente op een behoorlijke manier is omgegaan met verzoeker. Het verzoek wordt getoetst aan de behoorlijkheidsnormen uit de Behoorlijkheidswijzer van de Nationale Ombudsman (die te vinden zijn op: www.nationaleombudsman.nl/behoorlijkheidswijzer).

In dit onderzoek heeft de Ombudscommissie getoetst aan de vereisten van Goede motivering, Redelijkheid en Maatwerk.


Beoordeling

1. Motivering en redelijkheid
De norm van Goede motivering houdt in dat de overheid haar handelen en haar besluiten duidelijk aan de burger uitlegt. Drie bouwstenen zijn voor een goede motivering van belang: de wettelijke voorschriften, de feiten en belangen en een heldere redenering. De motivering is gericht op het concrete individuele geval en is begrijpelijk voor de ontvanger.

De norm van Redelijkheid impliceert dat de overheid de verschillende belangen tegen elkaar afweegt voordat zij een beslissing neemt. De uitkomst daarvan mag niet onredelijk zijn. De overheid verzamelt de relevante feiten en kijkt naar alle omstandigheden. De verzamelde gegevens worden betrokken bij de belangen die op een zorgvuldige wijze tegen elkaar worden afgewogen.

De Ombudscommissie stelt vast dat verzoeker sinds 2010 op allerlei manieren met de gemeente in gesprek is geweest omtrent zijn verzoek aan de gemeente om de parkeerproblemen in de Zanddreef op te lossen. Verzoeker heeft zich ingezet om het woonklimaat in de wijk waarin hij woont te verbeteren door zelf deel te nemen in een bewonersplatform.

De gemeente heeft het probleem erkend en er studies naar laten verrichten, maar heeft daarbij vooral gekeken naar het grotere geheel, de wijk Meerhoven, waar de Zanddreef onderdeel van uitmaakt.

Verzoeker heeft aangevoerd dat het parkeerprobleem het meest knelt in de nabijheid van zijn woning aan de Zanddreef.  

De Ombudscommissie is van oordeel dat verzoeker voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de ernst van het probleem in de nabijheid van zijn woning afwijkt van die in het overige deel van de wijk Meerhoven. De Ombudscommissie komt tot dit oordeel door de situering van de bushalte van lijn 401 in de directe nabijheid van de woning van verzoeker. Deze bushalte is de eerste halte in de woonwijk gezien vanaf de luchthaven, en wordt door vliegreizigers gebruikt om er vlakbij te parkeren en vervolgens de bus te nemen naar het vliegveld. 
Het Bureau Raadhuis Advies voorspelde al in 2009 dat, als gevolg van een invoering van betaald parkeren rond de luchthaven, verdringing van vakantieparkeerders naar de naastgelegen wijk zou gaan plaatsvinden en sprak de verwachting uit dat dit met name rondom de bushaltes van lijn 401 zou gaan spelen.  
De situatie in de directe omgeving van verzoeker wijkt bovendien af van die in de rest van de wijk door de lage parkeernorm in de Zanddreef, nu bij de overige haltes in het gebied een ruimere norm geldt.  

Voor de Ombudscommissie staat daarmee vast dat de situatie die verzoeker aan de gemeente heeft voorgelegd met een verzoek om een oplossing anders is dan in de rest van de wijk. 

Het verbaast de Ombudscommissie dan ook niet dat - zoals verzoeker onweersproken heeft gesteld - specifiek voor het probleem in de Zanddreef in het zogenaamde “Bidboek”, een afzonderlijke paragraaf is opgenomen voor de parkeerproblematiek in de straat van verzoeker. Het Bidboek adviseert voor die straat een aantal bomen te verplaatsen waardoor er iets meer lucht zou ontstaan voor de bewoners, terwijl anderzijds het groen in de wijk gewaarborgd zou blijven.


De Ombudscommissie begrijpt uit de stukken dat verzoeker twee maal een beslissing van de gemeente ontving op zijn verzoeken om een oplossing voor de parkeeroverlast en zijn klachten daarover. De eerste was de brief van 13 januari 2012, die verzoeker ontving als lid van de werkgroep  en de tweede reactie was het oordeel op de klacht van 27 juni 2014, gericht aan verzoeker zelf. Het is de Ombudscommissie overigens niet duidelijk waarom verzoeker pas bij het indienen van zijn klachten een concreet antwoord op zijn verzoek heeft ontvangen.

Volgens de brief van 13 januari 2012 aan de werkgroepleden heeft de gemeente voor de hele wijk Meerhoven afwegingen gemaakt en besloten geen extra parkeerplaatsen aan te leggen. De gemeente motiveert haar beslissing echter met argumenten die op de specifieke situatie van verzoeker niet van toepassing zijn, namelijk: 
a. extra parkeerplaatsen gaan ten koste  van het openbaar groen
b. de wijk Meerhoven is als een autoluwe wijk  aangelegd 
c. de kosten (voor 200 parkeerplaatsen bedragen circa 1 miljoen euro)
d. een groot deel van de parkeerdruk ontstaat door vreemdparkeerders. 

De gemeente gaat naar het oordeel van de Ombudscommissie met dit besluit voorbij aan het Bidboek dat adviseert in de straat waar verzoeker woont een aantal bomen te verplaatsen, waardoor er iets meer lucht zou ontstaan voor de bewoners, terwijl het groen in de wijk gewaarborgd zou blijven. Deze oplossing brengt veel minder kosten met zich mee dan de kosten die worden opgevoerd voor de aanleg van (nieuwe) parkeerplaatsen. De overwegingen onder b en d zijn niet helder en evenmin van toepassing op de specifieke situatie in de omgeving van de woning van verzoeker.

De Ombudscommissie is dan ook van oordeel dat de gemeente in de brief van 13 januari 2012 voorbij is gegaan aan de specifieke deelproblematiek ter plaatse van de woning van verzoeker en aan de daarvoor in het Bidboek aangegeven deeloplossing.   

Daarmee is de motivering niet toegesneden op het concrete individuele geval en is daarmee niet in overeenstemming met de behoorlijkheidsnorm van Goede motivering.


De tweede reactie op het verzoek van verzoeker om iets te doen aan de parkeerproblematiek gaf de gemeente in het oordeel op de klacht. Daarbij is wel stilgestaan bij de concrete situatie en in dat kader heeft de klachtenbehandelaar aan de boombeheerder de vraag voorgelegd of verplaatsing van een aantal bomen een optie zou kunnen zijn. 
De boombeheerder heeft hierop afwijzend gereageerd met een beroep op het groenbeleid, dat verplaatsen of verwijderen van bomen alleen toelaat in het belang het (overige) groen. 
In deze toetsing ontbreekt naar het oordeel van de Ombudscommissie het wegen van andere belangen, namelijk de het belang van bewoners (in deze concrete situatie) om hun auto te kunnen parkeren en het belang van het voorkomen van gevaarlijke situaties ten gevolge van dubbel parkeren alsmede het voorkomen van vernielingen.  
De oplossing van het Bidboek, het verplaatsen van een beperkt aantal bomen, is naar het oordeel van de Ombudscommissie niet voldoende onderzocht, nu er ten onrechte vanuit is gegaan dat het probleem in het hele gebied hetzelfde is (en compensatie alleen in hetzelfde gebied zou kunnen plaatsvinden). Bovendien heeft verzoeker aannemelijk gemaakt dat niet serieus is ingegaan op zijn verzoek de situatie ter plaatse op te nemen, nu er in plaats van bomen paaltjes staan en een van de bomen al jaren beschadigd is. 

De Ombudscommissie is van oordeel dat voor het nemen van de beslissing door de boombeheerder niet alle relevante feiten en omstandigheden zijn verzameld waardoor alle rechtstreeks betrokken belangen niet op een zorgvuldige wijze tegen elkaar zijn afgewogen. Daarmee is de afwijzing van het verzoek om een aantal bomen te verplaatsen in het kader van de klachtprocedure niet in overeenstemming met de behoorlijkheidsnorm van Redelijkheid.   

De Ombudscommissie acht de klacht dan ook gegrond

2. Afwijken van beleid bij specifieke omstandigheden?
De norm van Maatwerk betekent dat de overheid bereid is om in voorkomende gevallen af te wijken van algemeen beleid als dat nodig is om onbedoelde of ongewenste consequenties te voorkomen.

Ook in haar feitelijk handelen zoekt de overheid steeds naar maatregelen en oplossingen die passen bij de specifieke omstandigheden van de individuele burger.

De gemeente heeft de optie van belanghebbenden parkeren als oplossing aangedragen en heeft verzoeker erop gewezen dat hij dit samen met andere bewoners in gang zou kunnen zetten. Ook indien dit beperkt zou blijven tot de directe woonomgeving van verzoeker zou dit mogelijk zijn. Het initiatief daartoe heeft de gemeente vervolgens bij de bewoner(s) zelf gelaten en de gemeente baseert zich daarbij op bestaand beleid inhoudend dat er alleen actie wordt ondernomen indien het initiatief vanuit de burgers zelf komt. 
De Ombudscommissie is van mening dat de onderhavige situatie vraagt om af te wijken van dit algemene beleid. Nu verzoeker voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat in zijn directe woonomgeving het probleem anders, namelijk het grootst is, dient de gemeente zich naar het oordeel van de Ombudscommissie wat actiever en meer oplossingsgericht op te stellen. Ook de inzet van verzoeker door deel te nemen aan een bewonersplatform en het feit dat hij al jaren wacht op een oplossing nopen er toe dat de gemeente het verzoek niet alleen kan afdoen door het maken van een algemene belangenafweging voor de hele wijk.

Conclusie

De Ombudscommissie verklaart de klachten over de onderzochte gedragingen van de gemeente Eindhoven gegrond.

AANBEVELING

De Ombudscommissie geeft de gemeente in overweging het verzoek voor wat betreft de parkeerdruk in de Zanddreef, en dan met name in de omgeving van de (eerste) bushalte van lijn 401 opnieuw te bestuderen en in ieder geval de genomen beslissing nader te motiveren.