Rapport 23 oktober 2023: Eindrapport Ombudscommissie Eindhoven met betrekking tot verzoekschrift

Het verzoek 
Op 10 juli 2023 heeft de heer   (hierna: verzoeker) een verzoek ingediend bij de Ombudscommissie Eindhoven (hierna: Ombudscommissie). Verzoeker is het niet eens met de afhandeling van de klacht van 22 maart 2023 door WIJeindhoven. Verzoeker is het niet eens met het handelen van een generalist van WIJeindhoven, de heer    (hierna: generalist). Verzoeker stelt dat de generalist vooringenomenheid toonde, zich partijdig heeft opgesteld, onzorgvuldig heeft gehandeld en hem onder druk heeft gezet. Verzoeker is van mening dat WIJeindhoven bij de afhandeling van zijn klacht onvoldoende heeft toegelicht op basis van welke stukken zij tot ongegrondheid van zijn klacht zijn gekomen. Daarnaast is verzoeker van mening dat een van de leden van de Klachtadviescommissie van WIJeindhoven (hierna: Klachtadviescommissie) zich niet onafhankelijk heeft opgesteld door zich uit te spreken en te stellen dat verzoeker de generalist bepaalde zaken niet kan verwijten.

Kenbaarheid, bevoegdheid en behandelingsplicht

Kenbaarheid 
Voordat een klacht bij de Ombudscommissie wordt ingediend, moet de verzoeker de klacht eerst indienen bij WIJeindhoven. Dat volgt uit artikel 9:20 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Dit wordt het ‘kenbaarheidsvereiste’ genoemd. Hieraan heeft verzoeker voldaan door op 22 maart 2023 een klacht bij WIJeindhoven in te dienen. WIJeindhoven heeft het onderzoek naar de klacht op 19 juni 2023 per brief afgesloten. De klacht is ongegrond verklaard.

Bevoegdheid 
De Ombudscommissie is bevoegd om de behandeling van de klacht van 22 maart 2023 te onderzoeken.

Procedure 

Klachtenbehandeling in eerste aanleg (Klachtadviescommissie WIJeindhoven)
Vanwege een administratieve fout, was het verweer van WIJeindhoven tijdens de klachtenprocedure niet tijdig doorgestuurd, waarna verzoeker een termijn van een week na de hoorzitting van 23 mei 2023 is gegeven om alsnog inhoudelijk op het verweer te reageren. Van deze mogelijkheid heeft verzoeker toen geen gebruik gemaakt.

De Klachtadviescommissie heeft op 7 juni 2023 de klachten die zien op het handelen van de generalist ongegrond verklaard. De Klachtadviescommissie gaat er daarnaast van uit, dat met de toezegging die de generalist heeft gedaan over het woordgebruik in het dossier (rectificatie van het woord vechtscheiding) aan het bezwaar van verzoeker tegemoet wordt gekomen.

Op 19 juni 2023 heeft de bestuurder van WIJeindhoven verzoeker het afschrift van het oordeel van de klachtenadviescommissie toegezonden. Ook zegde hij toe de interne procedures voor wat betreft de communicatie (te laat verzenden van het verweerschrift) nader te onderzoeken om herhaling in de toekomst te voorkomen.

Klachtenbehandeling in 2e aanleg (Ombudscommissie Eindhoven).

Na ontvangst van het verzoek op 10 juli 2023 zijn partijen vervolgens op 4 augustus 2023 uitgenodigd voor een hoorzitting op 11 september 2023.

Op 9 augustus 2023 heeft de secretaris van de Klachtadviescommissie verzocht of de hoorzitting naar een latere datum kon worden verzet vanwege vakantie van de betrokken medewerkers. Op 10 augustus 2023 heeft de Ombudscommissie hierop laten weten dat helaas geen gehoor gegeven kon worden gegeven aan het verzoek.

Op 20 augustus 2023 heeft verzoeker ter aanvulling van zijn klacht van 10 juli 2023 zijn reactie op het verweerschrift van WIJeindhoven (in eerste aanleg) toegezonden. In deze reactie geeft verzoeker een verdere onderbouwing van zijn stelling dat de generalist vooringenomen, partijdig en onzorgvuldig heeft gehandeld. Op 25 augustus 2023 is WIJeindhoven op de hoogte gebracht van de reactie van verzoeker op het verweerschrift.

Op 30 augustus 2023 vraagt de secretaris van de Klachtadviescommissie de Ombudscommissie naar de intentie van de hoorzitting. Wie en of er vanuit WIJeindhoven iemand aanwezig zal zijn bij de hoorzitting hangt af van de intentie van de hoorzitting, aldus de secretaris van de Klachtadviescommissie. Hierop heeft de secretaris van de Ombudscommissie contact gehad met de secretaris van de Klachtadviescommissie. Tijdens dit gesprek is stilgestaan bij de bevoegdheden van de Ombudscommissie en is verwezen naar wettelijke basis hiervan.

In een schriftelijke reactie van 4 september 2023 geeft WIJeindhoven aan dat zij van mening is dat de klachtenprocedure is doorlopen en de zaak hiermee ten einde is gekomen. Zij verzoeken de Ombudscommissie om eerst daarover een uitspraak te doen, alvorens zich te buigen over de reactie van verzoeker op het verweerschrift van WIJeindhoven richting de Klachtadviescommissie. Volgens WIJeindhoven zou, indien de Ombudscommissie van mening is dat de klachtenprocedure niet goed is doorlopen, de zaak terugverwezen dienen te worden naar WIJeindhoven. Aan een inhoudelijke beoordeling zou dan niet worden toegekomen. Over de reactie van verzoeker op het verweerschrift van WIJeindhoven aan de Klachtadviescommissie spreekt WIJeindhoven haar verbazing uit. De reactie van verzoeker heeft betrekking op de oorspronkelijke klacht, terwijl volgens WIJeindhoven de klacht van verzoeker zich alleen zou kunnen richten tegen de uitspraak van de Klachtadviescommissie. WIJeindhoven is daarom van mening dat de reactie op het verweerschrift niet in behandeling genomen moet worden door de Ombudscommissie. Als de Ombudscommissie dit wel van plan is, vraagt WIJeindhoven in de brief van 4 september 2023 om uitstel van de hoorzitting, omdat de reactie van verzoeker op het verweerschrift nog inhoudelijk beoordeeld moet worden, waarna WIJeindhoven een schriftelijke reactie zal opstellen.

Hierop heeft de Ombudscommissie op 6 september 2023 laten weten dat de Ombudscommissie de reactie van WIJeindhoven toevoegt aan het dossier en geen aanleiding ziet om, mede gelet op het gegeven dat de datum van de hoorzitting al geruime tijd bekend is, de hoorzitting te verdagen. De reactie van WIJeindhoven zal wel besproken worden tijdens de hoorzitting.

Op 11 september 2023 vond de hoorzitting plaats. Verzoeker is verschenen en heeft zijn klacht toegelicht. WIJeindhoven is hierbij zonder bericht van verhindering niet verschenen. Aan het einde van deze hoorzitting heeft de voorzitter van de Ombudscommissie het onderzoek gesloten en meegedeeld dat de Ombudscommissie zich gaat beraden over het verzoek. 

Standpunt van verzoeker

Verzoeker geeft schriftelijk en mondeling tijdens de hoorzitting in het kort het volgende aan. Zijn standpunt is dat de volgende behoorlijkheidsnormen zijn geschonden en baseert dat op een aantal gedragingen van de generalist.

Vooringenomenheid
Verzoeker ontkent dat hij gevraagd heeft om andere tijden voor de omgangsregeling. Verzoeker geeft ook aan dat er geen sprake was van een onveilige situatie voor het kind. In het dossier staat dit anders vermeld.

Daarnaast is verzoeker het niet eens met de benoeming van de scheiding als “vechtscheiding”. De generalist geeft in zijn verweer aan dat dit in het vakjargon gebruikt wordt als een scheiding moeizaam verloopt en hulpverlening/Veilig Thuis betrokken is. In het verweer heeft WIJeindhoven aangegeven dat zij bereid is om het woord “vechtscheiding” te rectificeren. Verzoeker is van mening dat uit het woordgebruik een vooringenomenheid blijkt.

De melding van de wisselende gemoedstoestand was volgens verzoeker niet, zoals aangegeven in het verweer, naar aanleiding van het gesprek op 4 oktober 2022. Vóórdat het gesprek plaatsvond werd de wisselende gemoedstoestand al aangegeven bij het benoemen van een veiligheidsplan. De noodzaak tot een veiligheidsplan werd benoemd zonder eerst een gesprek hierover met verzoeker te voeren.

Partijdigheid
De generalist heeft informatie die de ex-vrouw van verzoeker aan hem of haar begeleider vertelde achtergehouden voor verzoeker.

Verzoeker voelde zich onder druk gezet na een Whatsappbericht met daarin het verzoek van de generalist om een declaratie van de zorgverzekering over te maken naar zijn ex-vrouw. Daarnaast voelde verzoeker zich onder druk gezet bij het instemmen met begeleide omgang, terwijl de rechter later een omgangsregeling per direct heeft toegekend zonder begeleiding. friNadat verzoeker te horen kreeg dat zijn kind in een opvang zat, is verzoeker van mening dat hij lang in onzekerheid daarover is gelaten.

Verzoeker voelt zich niet gehoord en gezien door de generalist en ziet zich steeds geconfronteerd met een opstelling die voorbijgaat aan zijn belangen. Verzoeker benoemt hierbij ook de situatie waarbij de generalist tezamen met de ex-vrouw in afwezigheid van verzoeker zijn woning betrad om spullen op te halen.

Onzorgvuldigheid
De generalist baseerde zich volgens verzoeker alleen op informatie van de ex-vrouw. Verzoeker voelde zich onder druk gezet en is van mening dat hij niet correct is geïnformeerd. Verzoeker wijst hierbij naar de uitspraak van de rechter in de echtscheidingsprocedure. Tijdens de echtscheidingsprocedure heeft de rechter besloten dat er geen reden was waarom zijn dochter niet bij hem thuis zou kunnen zijn. De Raad voor de Kinderbescherming zei ter zitting dat het goed was voor de dochter om bij verzoeker te overnachten.

Verzoeker gaf aan dat hij geschrokken is over de wijze waarop WIJeindhoven te werk gaat. Voordat WIJeindhoven betrokken was, was er volgens verzoeker een goede verstandhouding met zijn ex-vrouw en zijn kind. Nadat WIJeindhoven betrokken was, is de relatie tussen verzoeker en zijn ex-vrouw verslechterd. De vorige generalist betrof een generalist voor zowel verzoeker als zijn ex-vrouw. Het was verzoeker niet duidelijk dat de nieuwe generalist alleen aan verzoeker was toegewezen. Te meer omdat voor de ex-vrouw verzoeker werd verzocht om geld over te maken en de generalist samen met de ex-vrouw in de woning van verzoeker spullen op heeft gehaald, terwijl verzoeker niet thuis was. Deze situaties ziet verzoeker als onderbouwing dat de generalist partijdig was. Voor hem was hiermee niet duidelijk dat de generalist voor/namens hem optrad.

Voordat de klacht is ingediend over de generalist, heeft verzoeker al eerder een klacht over de generalist ingediend, maar daar heeft hij niets meer over vernomen. Omdat kort na het indienen van de klacht het kind van verzoeker in opvang was geplaatst, is verzoeker toch akkoord gegaan met contact met de generalist. Buiten de generalist heeft verzoeker met niemand van WIJeindhoven hierover gesproken. Ook niet voorafgaand aan het gesprek dat de generalist met NEOS heeft gehad, waarbij later bleek dat de generalist verzoeker vertegenwoordigde. Verzoeker zelf heeft nooit gesproken met NEOS. In stukken van WIJeindhoven wordt diverse malen gesproken over veiligheid, maar er is volgens verzoeker geen instantie die zou kunnen onderbouwen dat er door mijnheer enige aanleiding is gegeven tot onveiligheid.

Verzoeker geeft desgevraagd aan dat hij met het verzoek hoop op transparantie en erkenning wenst. De erkenning dat de gang van zaken niet goed was en WIJeindhoven hierop wordt aangesproken.

Standpunt van WIJeindhoven

In verweerschrift van WIJeindhoven richting de Klachtadviescommissie, is door de generalist als volgt gereageerd op de klacht.

Vooringenomenheid
Verzoeker wilde graag andere tijden voor de omgang, omdat hij moeite had met slapen en niet goed in zijn vel zat. Verzoeker is geadviseerd om bij familie, vrienden of elders te verblijven omwille van hun kind. Verzoeker gaf aan dat hij dit begreep en dat hij het ging regelen met familie. Er was sprake van een advies en verzoeker had het recht van dit advies af te wijken. Afgesproken is om samen een plan te maken om te zorgen voor een betere omgang. Dit wilde verzoeker zelf ook. Veiligheid van het kind is ook besproken met verzoeker. Uitgelegd dat continue spanning tussen ouders niet veilig voelt voor een kind en dat het van belang is die situatie uit de weg te gaan.

De generalist heeft de zaak intern als “vechtscheiding” aangemeld gekregen. In ons vakjargon noemen we scheidingen waarbij de omgang moeizaam verloopt, Veilig Thuis en hulpverlening betrokken is inderdaad een vechtscheiding. Ik wil hierbij benadrukken dat we het tegen verzoeker nooit zo benoemd hebben. Dit staat alleen zo in de eerste notitie bij aanmelding. Als blijkt dat vechtscheiding een foutieve benoeming is zal ik dat voortaan anders beschrijven. Ik wil het woord “vechtscheiding” in het dossier dan ook rectificeren als dat nodig is. De wisselende gemoedstoestand is niet gebaseerd op het verhaal van moeder. De notitie is gemaakt nadat verzoeker eerst aangaf zeer slecht te slapen, paniekaanvallen te hebben, en daardoor, begrijpelijkerwijs, niet altijd goed in zijn vel te zitten. Vervolgens zegt verzoeker in een gesprek te begrijpen dat hij niet bij ex-vrouw en kind kon intrekken, bij familie de opties zou gaan verkennen en na vakantie een afspraak te willen. Daarop geeft hij aan voorlopig in Marokko te gaan verblijven en niet meer te willen samenwerken. Een paar dagen later is verzoeker tegen het advies in bij zijn vrouw en kind ingetrokken. Het wisselende is enkel en alleen gebaseerd op mijn bevindingen bij verzoeker zelf. Bij een Veilig Thuis melding en vermeende onveiligheid is het zeer gebruikelijk dat Veilig Thuis ons vraagt een veiligheidsplan op te stellen. Er bleek echter geen dossier voorhanden te zijn, terwijl eveneens een plan vanwege eerdere melding ontbrak. Daarom is geadviseerd om een veiligheidsplan op te stellen. Het gesprek is voorzichtigheidshalve uit vrees voor toenemende onveiligheid en escalatie gevoerd vanuit de onderwerpen die volgens verzoeker zelf niet goed liepen. De omgangsregeling werd aangepast, maar helaas verbrak verzoeker daarop alle contact.

Partijdigheid
WIJeindhoven werkt vaak met 1 generalist op 1 gezinssysteem. Omdat het hier een scheiding betrof, hebben we gekozen om de zaak met zijn tweeën te doen. Mijn collega was contactpersoon voor de ex-vrouw, ik voor verzoeker. Ik heb dan ook voornamelijk contact gehad met verzoeker. Behalve in de periodes dat verzoeker geen contact wilde.

Over deze zaak heb ik continu overlegd met onze gedragswetenschapper. Over deze handelswijze ben ik continu transparant geweest naar verzoeker. Samenwerking tussen verzoeker en mij was prima. Ik heb de communicatie richting verzoeker voor mijn rekening genomen. Dit was zo afgesproken. Vanuit de opvang kreeg ik bericht dat een zorgdeclaratie van ex-vrouw aan verzoeker uitbetaald was. Ik heb verzoeker gevraagd of hij de declaratie van zijn ex-vrouw aan haar wilde uitbetalen. Geadviseerd om aan begeleidde omgang mee te werken om tijd te winnen. Daarnaast ook benoemd dat daarnaast de kortgedingprocedure kon lopen. Van onder druk zetten was geen sprake. Het was echter zo dat mijn collega voor de ex-vrouw aanspreekpunt is en ik voor verzoeker. Daarnaast is het zo dat toen verzoeker plots zijn intrede nam in het huis, tegen het advies in, ik de volgende dag wel met de opvang, na advies van de gedragswetenschapper, heb geschakeld. Dit omdat mijn collega die dag niet werkte. Verzoeker had echter daarvoor al gezegd niet meer samen te willen werken, niet meer in gesprek te willen gaan en naar Marokko te gaan. Ik heb verzoeker, toen hij wel weer in gesprek wilde, nadrukkelijk gevraagd, ook nog via de app, of hij het vervelend vond dat ik nog betrokken was bij de zaak omdat ik eerder al betrokken was. Verzoeker heeft toen erg duidelijk gezegd te willen blijven samenwerken. Onjuist is dat verzoeker een week lang in onzekerheid is gelaten over de verblijfplaats van zijn ex en kind. Op 25 oktober heb ik verzoeker telefonisch uitvoerig en duidelijk uitgelegd dat zijn ex-vrouw en kind in een opvanglocatie zaten, waarom en wat de volgende te nemen stappen waren. Daarnaast had ik met verzoeker afgesproken dat ik hem de dag erna zou appen voor een afspraak de week erna om een plan te maken voor eventuele omgang, hem nog meer antwoord te kunnen geven en met hem het gesprek zou aangaan. Ik heb verzoeker een afspraakvoorstel gedaan op 26 oktober voor 1 november. En inderdaad, daarna een aantal dagen vrij geweest (inclusief weekend). De 31e heb ik verzoeker weer bericht of de afspraak door kan gaan de 1e november omdat ik geen reactie had van meneer. Ik heb dus twee werkdagen geen contact gehad met verzoeker; 27 en 28 oktober.

Onzorgvuldig handelen
Ouders zijn zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van hun kind en het waarborgen daarvan. Als een ouder zichzelf en voor het kind onveilig voelt kan een ouder zich wenden tot de daarvoor bestemde instanties. Veiligheid kind staat steeds voorop. Beide ouders gaven aan dat de omgang stroef verliep en verbetering behoefde. Er was op dat moment geen directe onveiligheid. De situatie veranderde echter later. Verzoeker besloot om niet meer mee te werken en te melden dat hij naar Marokko gegaan was. En ex-vrouw te melden dat hij de huur had opgezegd. Een paar dagen later bleek dat niet waar te zijn. Verzoeker was tegen ons advies in, ingetrokken bij ex-vrouw. De ex-vrouw heeft bij haar generalist aangegeven zich zeer onveilig te voelen. Daarop gesprek gehad met de Gedragswetenschapper. Advies was schakelen met NEOS. De situatie was al gescreend door NEOS, vanwege de eerdere zorgmelding en de aanmelding voor de eventuele dakloosheid na opzeggen huur door verzoeker. Met de nieuwe informatie heeft NEOS besloten dat ex-vrouw direct plaatsbaar was in het blijf van mijn lijf huis. Ik heb dat niet bepaald. Dat gebeurt na screening van NEOS. Verzoeker is niet afgeraden naar de rechter te gaan. Juist uitgelegd dat wij niet aan waarheidsbevinding doen en dat het zijn goed recht was om naar de rechter te gaan. Ik heb verzoeker geadviseerd om begeleidde omgang aan te gaan omdat de sporen rechter en begeleidde omgang juist prima naast elkaar kunnen lopen. Verzoeker had zijn kind dan half november kunnen zien. Bij het afwachten op de zitting heeft verzoeker moeten wachten tot na de zitting 28 december. Ik heb getracht meneer z.s.m. omgang te laten hebben met zijn kind. Het komt daarnaast vaak voor dat de rechter alsnog besluit tot begeleide omgang, dat had dan nog opgestart moeten worden. Het advies mee te werken aan begeleide omgang heeft niets met informatie van een ex-vrouw te maken. Met begeleidde omgang had verzoeker zijn kind half november kunnen zien.

Kort geding was 28 december 2022. Verzoeker heeft zijn kind daarna gezien. Nooit gezegd dat de rechter begeleidde omgang zou afgeven. Heb alleen gezegd dat die kans aanwezig is. Continu aangegeven dat verzoeker twee sporen rechter en begeleidde omgang zou kunnen volgen. Maar dat het spoor begeleide omgang in deze situatie de snelste weg naar het zien van zijn kind was. Ik ben oprecht blij dat verzoeker weer omgang heeft met zijn kind en hoop dat het goed met ze gaat. Verzoeker heeft helaas niet gezien dat ik continu juist z.s.m. de omgang voor hem en zijn kind heb willen regelen.

Wijze van beoordeling 

De Ombudscommissie beoordeelt of (een of meer medewerkers van) het bestuursorgaan zich in de door haar onderzochte aangelegenheid al dan niet behoorlijk heeft/hebben gedragen. De Ombudscommissie toetst het handelen van WIJeindhoven aan de hand van de behoorlijkheidswijzer (www.nationaleombudsman.nl/behoorlijkheidswijzer). 

Overwegingen van de Ombudscommissie

Conform de behoorlijkheidswijzer van de Nationale ombudsman dient de overheid in haar handelen open en voorspelbaar te zijn. Transparantie vereist een open houding, zodat burgers zicht kunnen hebben in de procedures die tot beslissingen leiden en het hoe en waarom ervan. Ook goede informatieverstrekking en het (actief) luisteren is belangrijk. De behoorlijkheidswijzer geeft duiding aan de norm “Eerlijk en betrouwbaar”. Hierbij wordt aangegeven dat de overheid bij de burger het vertrouwen wekt dat zij onpartijdig te werk gaat. Dit betekent dat de overheid ook alle schijn van partijdigheid dient te vermijden

In een aantal situaties is hiervan naar het oordeel van de Ombudscommissie geen sprake. De rol van de generalist tijdens het bezoek van de ex-vrouw aan de woning in afwezigheid van verzoeker, het verzoek om een overboeking voor ex-vrouw, als ook de vertegenwoordiging van verzoeker tijdens het gesprek met NEOS zonder dat dit is voorbesproken met verzoeker, geven geen blijk van onpartijdigheid en transparantie. WIJeindhoven heeft aangegeven dat bij een gesprek de generalist van de ex-vrouw werd vervangen door de generalist van verzoeker. Ook bij deze vervangingsstructuur ontbreekt de schijn van onpartijdigheid.

Over de tweedelijns klachtenbehandeling merkt de Ombudscommissie nog het volgende op. De Ombudscommissie betreurt ten zeerste dat WIJeindhoven niet aanwezig was tijdens de hoorzitting. De Ombudscommissie hecht veel waarde aan hoor- en wederhoor in aanwezigheid van beide partijen. Alleen verzoeker heeft nu zijn standpunt mondeling kunnen toelichten en heeft de aanvullende vragen van de Ombudscommissie beantwoord. Gelet op de verstreken tijd tussen de uitnodiging en de zitting, acht de Ombudscommissie het onwaarschijnlijk dat enige vertegenwoordiging vanuit WIJeindhoven onmogelijk zou zijn geweest. Ook voor de betreffende generalist zal het ongetwijfeld erg onbevredigend zijn dat zijn standpunt tijdens de hoorzitting niet nader is toegelicht, al dan niet naar aanleiding van hetgeen verzoeker aangaf tijdens de hoorzitting.

Het oordeel van de Ombudscommissie

Op grond van voornoemde overwegingen acht de Ombudscommissie de klachten van verzoeker over partijdigheid, onzorgvuldigheid en vooringenomenheid gegrond.

De Ombudscommissie heeft geen aanknopingspunten gezien van een niet onafhankelijke opstelling door een van de leden van de Klachtadviescommissie en acht dat deel van het verzoek ongegrond. Voor wat betreft de opmerking van verzoeker dat bij de afhandeling van zijn klacht door WIJeindhoven onvoldoende is toegelicht op basis van welke stukken zij tot de ongegrondverklaring van zijn klacht zijn gekomen, merkt de Ombudscommissie op dat het aan de Klachtadviescommissie is om een afweging te maken van de situatie en dat zij daarin vrij zijn het eigen advies daarop te baseren.

Aanbevelingen

De Ombudscommissie beseft dat, hoewel klachten gegrond worden geacht, dit niet hoeft te betekenen dat de intenties van de generalist niet goed waren. Om dergelijke situaties in de toekomst te voorkomen, doet de Ombudscommissie de volgende aanbevelingen.

  • Wees transparant over de rollen en bevoegdheden binnen de eerstelijns klachtenprocedure en handel volgens het eigen klachtenreglement van WIJeindhoven. De Klachtadviescommissie adviseert. Hierna dient een besluit te volgen van het bestuursorgaan waarin een besluit volgt over de klacht, waarin het advies van de Klachtadviescommissie kan worden meegenomen. Dat besluit namens het bestuursorgaan ontbreekt. Ook ontbreekt een schriftelijke verwijzing naar de Ombudscommissie als tweedelijns klachtbehandelaar.
  • De Ombudscommissie onderschrijft het advies van de Klachtadviescommissie om meer aandacht te schenken aan het duidelijk maken van de rol van de generalist. Het is belangrijk om zo duidelijk als mogelijk aan te geven dat de generalist voor 1 partij werkzaam is.
  • De Ombudscommissie vraagt aandacht voor de vervangingsstructuur van de generalisten. Het is niet wenselijk dat een generalist van de ene partner wordt vervangen door de generalist van de andere partner en hierbij beide belangen dient te vertegenwoordigen.
  • Om de schijn van partijdigheid te voorkomen, adviseert de Ombudscommissie om bij momenten van uitwisseling van gegevens, beide partners/ouders te betrekken. In casu had dit dienen te gebeuren bij het contactmoment met Neos.
  • De Ombudscommissie adviseert WIJeindhoven om in de toekomst wel te zorgen voor een vertegenwoordiging bij een uitnodiging voor een hoorzitting. Indien dit ook in de toekomst uitblijft overweegt de Ombudscommissie om gebruik te maken van haar wettelijke mogelijkheid om te gelasten in persoon te verschijnen.
  • De Ombudscommissie adviseert voorts, om de duidelijkheid te bevorderen, de secretaris van de Klachtadviescommissie niet te belasten met de tweedelijns klachtenbehandeling. Het gebruik van het e-mailadres van de secretaris van de Klachtadviescommissie als e-mailadres van WIJeindhoven vergroot de rolonduidelijkheid.


Eindhoven, 23 oktober 2023

De Ombudscommissie Eindhoven