Rapport 22 juli 2026: Eindrapport klacht tegen twee medewerkers van het Regieteam

Op 2 januari 2026 heeft de verzoeker een (concreet) verzoek ingediend bij de Ombudscommissie Eindhoven (hierna: Ombudscommissie). Verzoeker is het niet eens met de wijze waarop zijn klacht in eerste instantie is afgehandeld door de gemeente Eindhoven (hierna ook: verweerder).

Kenbaarheid, bevoegdheid en behandelingsplicht

Kenbaarheid

Voordat een klacht bij de Ombudscommissie wordt ingediend, moet de verzoeker de klacht eerst indienen bij de gemeente Eindhoven. Dat volgt uit artikel 9:20 lid 1 Algemene wet bestuursrecht (Awb). 

Verzoeker heeft op 3 april 2025 een klacht bij de Ombudscommissie ingediend welke op basis van artikel 2:3 Awb op 15 april 2025, met toestemming van verzoeker, werd doorgestuurd naar de eerstelijns klachtenbehandeling.

Verweerder heeft de klacht vervolgens formeel behandeld en het onderzoek naar deze klacht afgesloten per brief van 13 juni 2025. 

De klacht bestond uit vier onderdelen waarbij het eerste onderdeel buiten behandeling werd gesteld, onderdeel twee en vier ongegrond werden verklaard en verweerder zich met betrekking tot onderdeel drie van een oordeel heeft onthouden.

Bevoegdheid

De Ombudscommissie is bevoegd om de behandeling van de klacht van te onderzoeken.

Klachtenbehandeling in eerste aanleg (klachtenbehandelaar van de gemeente Eindhoven)

De klacht:

Op 3 april 2025 diende de verzoeker een klacht in bij de gemeente Eindhoven. Zijn klacht was gericht tegen twee medewerkers van het Regieteam.

Er heeft een schriftelijke ronde van hoor en wederhoor plaatsgevonden.

De gemeente Eindhoven motiveert haar besluit d.d. 13 juni 2025 als volgt: 

"Op 3 april 2025 heeft de Ombudscommissie uw klacht ontvangen. De Ombudscommissie heeft op 15 april jl. met uw toestemming de klacht doorgestuurd met de opmerking dat u een klacht in eerste instantie kunt indienen bij de gemeente. Op 29 april jl. heeft de gemeente uw klacht ontvangen met nog een uitgebreide aanvulling. Uw klacht is formeel behandeld door mevrouw …. klachtenbehandelaar. Vervolgens is schriftelijk hoor- en wederhoor toegepast. U heeft nog gebruik gemaakt om op de reacties van mevrouw…. en mevrouw …. te reageren.

Samenqevat bevat de kern van uw klacht het volqende:

Uw klacht is gericht tegen twee medewerkers van het Regieteam (RT), te weten mevrouw …, casusregisseur en mevrouw …., afdelingshoofd.

In 2023 bent u overgedragen vanuit een maatschappelijke werkster aan het Regieteam (RT) omdat u uw stabiliteit weer dreigde te verliezen doordat zij u niet meer kon helpen i.v.m. een adreswijziging. Ondanks dat het RT wist dat u hulp nodig had geven zij al 2 jaar geen gehoor aan uw hulpvragen, waar hulp voor beschikbaar was en waar u volgens u recht op had. Uw hulpvraag was zorgdragen voor een stabiele leef- en woonomgeving dat noodzakelijk was voor voortzetting van de behandeling bij Psytrec en ter overbrugging voor een behandeling bij de GGZ waar een wachtlijst geldt van 2 jaren; U had specifiek hulp nodig met o.a. uw post en uw afspraken. Al 2 jaar lang weet het RT deze hulpvraag te bagatelliseren met de vraag: "we proberen je hulpvraag scherp te krijgen" en tijd te rekken. U kon deze ondersteuning krijgen bij Neos. U had goede ervaringen met hun hulp uit het verleden en zij hebben toen veel met u bereikt. Neos wilde echter dat het RT deze ondersteuning indiceerde maar dit werd belemmerd door mevrouw …. In deze was u afhankelijk van een besluit van het RT.

Oordeel:

Uw klacht bestaat uit meerdere onderdelen. Onderdeel 1 laten we buiten behandeling, de onderdelen 2 en 4 vinden wij ongegrond en bij onderdeel 3 onthouden wij ons van een oordeel.

Bevindingen: 

Uw klacht bestaat uit meerdere onderdelen. Per onderdeel zullen we ingaan op onze bevindingen.

Klacht 1.

Het al 2 jaar onthouden van hulp door het RT

Uw standpunt

Doordat er 2 jaar door het RT geen gehoor werd gegeven in uw hulpvraag, waar hulp voor beschikbaar was en waar u volgens u recht op had, is er een administratieve chaos bij u ontstaan en zijn uw problemen die al complex waren, nog complexer geworden.

Standpunt RT

Mevrouw … heeft aangegeven dat u 19 juni 2023 bij het RT heeft gemeld voor een maatwerktraject en postadres. Uit onderzoek was gebleken dat u uw thuissituatie had verlaten en dat u verschillende problemen had die u zelf niet kon oplossen. Via een beschikking is toegang tot de maatschappelijk opvang toegekend met begeleiding voor een periode van 2 jaar en er was een postadres toegekend. In oktober 2023 was er monitoring van het postvak en hieruit bleek dat u geen post kwam ophalen. De ambulante begeleiding had dit verder met u opgepakt. Begin december 2023 was er een evaluatie van het maatwerktraject. Uw begeleider had laten weten dat het traject moeizaam verliep. U had laten weten geen vertrouwen te hebben in de toenmalige begeleider en de wens te hebben naar Neos te willen. Medio januari 2024 was u met afstemming van Springplank aangemeld bij Neos. Eind februari had Neos u op de wachtlijst geplaatst voor Beschermd Wonen. Op 6 juni 2024 ontving u een toekenningsbesluit voor plaatsing. Op 30 mei 2024 is er contact geweest tussen Wij Eindhoven en Neos over dat u afziet van plaatsing bij Neos omdat u er niet kon/wilde slapen.

Bevinding

Op grond van het bovengenoemde maken wij op dat u afgelopen 2 jaar wel de hulp is geboden vanuit het Regieteam die u destijds wenste. Op 6 juni 2024 ontving u een besluit voor indicatie voor een periode van één jaar voor beschermd wonen en begeleiding. Als u het niet eens was met dit besluit had u binnen 6 weken na datum van het besluit de mogelijkheid gehad hiertegen bezwaar te maken. U heeft echter ervoor gekozen om af te zien van plaatsing bij Neos waardoor deze voorziening nooit is opgestart. Omdat u de mogelijkheid had bezwaar te maken tegen dit besluit, nemen wij dit deel van uw klacht niet inhoudelijk in behandeling (artikel 9:8 lid 1 sub c van de Algemene wet bestuursrecht).

Klacht 2:

U verwijt mevrouw … dat ze geen gehoor gaf aan uw hulpvraag, waar u recht op had. Ze belemmerde u de toegang tot hulp. Dit had gevolgen voor uw zorgverzekering en uw verdere behandeling bij Psytrec. Van mevrouw …moest u eerst een woning hebben alvorens ze u hulp kon bieden.

Uw standpunt

Mevrouw … gaf geen gehoor aan uw hulpvraag waar u recht op had. U moest het doen met laconieke reacties en vragen die niets te maken hadden met en geen enkele bijdrage hadden in uw hulpvraag. Hierdoor is de stabiele basis die u had weggevallen en heeft u dit enorme stress opgeleverd. Door het uitblijven van hulp was uw zorgverzekering tijdelijk bevroren omdat u de post niet ophaalde bij uw postadres. Hierdoor kon u niet geholpen worden in het ziekenhuis. Het ophalen van de post was een onderdeel van uw hulpvraag. Door mevrouw …. is de kans op verdere behandeling bij Psytrec stopgezet en hebben zij het dossier gesloten. Mevrouw … had hieraan bijgedragen door aan te geven: je moet eerst een woning hebben voordat zij u verder kon helpen. U vindt dat zij u had moeten helpen met het verkrijgen van een woning.

Standpunt mevrouw….:

Op13 september 2024 had u zich gemeld bij uw zorgaanbieder Psytrec met een hulpvraag en behandeling. Psytrec verwees u naar de gemeente voor ondersteuning bij een stabiele woon- en leefomgeving om de behandeling bij Psytrec voort te zetten. Psytrec kon namelijk alleen een behandeltraject bieden als ook de basis op orde was. D.w.z. een vaste woon of verblijfplaats (in de vorm van woning/opvang/traject met component wonen), dagritme, dagbesteding en begeleiding. Op 7 november 2024 nam Psytrec voor het eerst contact op met mevrouw …. Mevrouw … heeft u vervolgens op 26 november 2024 uitgenodigd voor een intakegesprek. Het eerste gesprek was een kennismaking en verkenning van de hulpvraag, zoals was binnengekomen vanuit Psytrec. In het gesprek zijn vragen gesteld over de leefgebieden, zoals wonen, inkomen etc. Vragen die belangrijk zijn in een onderzoek naar hulp die passend was en aansloot bij de voorwaarden die Psytrec stelde voor een verdere behandeling. In dit gesprek is gesproken over uw verblijfplaats. U gaf aan voornamelijk in uw auto te leven, maar kon/wilde geen antwoord geven op waar u kookte, douchte en waar u van leefde. Dit was niet de stabiele woon- en leefomgeving die Psytrec bedoelde. Mevrouw … had aangegeven dat een verblijf in een maatschappelijke opvang, woontraject via een WMO-indicatie of een eigen woning van belang was voor verdere behandeling bij Psytrec. U suggereerde dat mevrouw … vanuit de gemeente een huis voor u kon regelen. Mevrouw ... heeft u uitgelegd dat de gemeente geen woningen heeft en hier geen invloed op heeft. Ze had u aangeven dat u voor het vinden van eigen woonruimte ook zelf stappen kon ondernemen door bijvoorbeeld te starten met het reageren op het aanbod omdat u ingeschreven stond als woningzoekende. Als u zelf niet tot bepaalde handelingen kon komen dan zou u kunnen kijken of iemand binnen uw eigen netwerk of via clientondersteuning u hierbij zou kunnen ondersteunen en mocht dit niet voorhanden zijn dan kon mevrouw … kijken hoe zij samen met u uw hulpvraag kon formuleren voor een aanvraag voor inzet vanuit de WMO voor begeleiding met eventueel een wooncomponent. Mevrouw … benadrukt dat ze niet heeft gezegd "U moet eerst een huis hebben voordat ik je verder kan helpen". Mevrouw … had aangegeven dat Psytrec een stabiele verblijfplaats in de vorm van eigen woonruimte of traject met component wonen en ambulante hulp vanuit de WMO van belang vond voor verdere behandeling. Psytrec en mevrouw …hadden tussentijds contact gehouden. Mevrouw … had met Psytrec afgesproken verder onderzoek te doen naar uw hulpvraag en hoe voldaan kon worden aan de voorwaarden van Psytrec voor verdere behandeling. Echter was Psytrec voornemens uw dossier te sluiten en niet langer aan te houden. Psytrec stelde dat een goede samenwerking tussen u en het RT van belang was om het traject bij Psytrec voort te zetten zodat de randvoorwaarden die hiervoor nodig zijn konden worden geregeld. Als dit was geregeld kon u opnieuw contact met hen opnemen. Mevrouw … had geprobeerd uw dossier nog aan te houden tot er meer duidelijkheid was over de invulling van de hulpvraag maar Psytrec volgde hierin hun eigen beleid.

Na het intakegesprek heeft u op 3 december 2024 naar de gemeente gebeld en is er een terugbelverzoek aangemaakt. U wilde niet teruggebeld worden door mevrouw … omdat het intakegesprek niet was gegaan zoals u wenste. Mevrouw …heeft u teruggebeld maar u wenste zonder reden niet meer met haar te spreken. Daarna heeft mevrouw … u een sms- bericht gestuurd en aangegeven dat zij graag opnieuw met u in gesprek wilde gaan eventueel met iemand erbij als u dat prettig vond. Vervolgens ontving mevrouw … sms-berichten. In de sms-berichten kwamen andere hulpvragen aan het licht. U gaf aan dat u problemen had met het ophalen van uw post en met uw zorgverzekering. Het probleem met uw zorgverzekering had u inmiddels zelf opgelost. Volgens u was mevrouw … hiervan op de hoogte. Mevrouw … heeft aangegeven dat zij hiervan niet eerder op de hoogte was. Ze had vervolgens een bezoek gebracht aan de Fuutlaan waar u een postadres heeft. Ze trof een overvol postbus aan en ontdekte dat dit postadres in onderzoek stond. Dit kon een verklaring zijn dat u problemen had met uw zorgverzekering. Mevrouw … heeft direct via Burgerzaken geregeld dat het adresonderzoek werd opgeheven om verdere problemen te voorkomen. Mevrouw … had aangeboden samen met u naar uw postbus te gaan op de Fuutlaan of te kijken of iemand uit uw netwerk u kon helpen met uw post ter overbrugging van de invulling van uw hulpvraag voor begeleiding. Voor het oppakken van dit probleem waren volgens mevrouw … meerdere mogelijkheden en hiervoor was niet direct een stabiele verblijfplaats nodig. Helaas was het contact en samenwerking met u toen al beschadigd waardoor dit niet meer tot stand is gekomen. Daarna volgden er van u sms-berichten aan mevrouw … met verwijtende en diskwalificerende inhoud. U beschuldigde haar van onjuistheden en de inhoud richtte zich persoonlijk naar mevrouw …. Het was voor mevrouw … duidelijk dat u in een complexe situatie verkeerde maar u gaf haar geen ruimte om zaken te bespreken. U leek niet open te staan voor uitleg van haar kant, liet haar in de contacten niet aan het woord en als mevrouw … iets wilde zeggen, onderbrak u haar telkens en vertelde u dat zij een leugenaar was. U verwachtte hulp van mevrouw … maar volgens haar belemmerde u haar het werk te doen zoals dat van haar verwacht wordt. U wilde of kon geen openheid van zaken geven om te komen tot onderzoek en invulling van een onderzoeksverslag, dat een voorwaarde was voor het vaststellen van een indicatie en het nemen van een besluit door het Servicebureau. Hierna heeft mevrouw … afstemming gezocht met haar leidinggevende om het vervolg te bepalen. Hieruit is het gesprek op 6 februari 2025 ontstaan met mevrouw ... Daaropvolgend heeft er een gesprek plaatsgevonden op 27 februari 2025 met u en de trajectbegeleider van Neos met als doel te komen tot formulering van de hulpvraag en u te informeren over de procedurele stappen om te komen tot een indicatie. Ook Neos heeft in dit gesprek u gewezen op het feit dat de gemeente opdrachtgever is van hun inzet en dat daarvoor een werkwijze moet worden gevolgd. In dit gesprek kreeg mevrouw … geen ruimte om vragen te stellen en u te informeren over de werkwijze m.b.t. een aanvraag voor een WMO-voorziening. Mevrouw … had u gevraagd of het gesprek op een prettige wijze kon verlopen door naar elkaar te luisteren en elkaar uit te laten praten. U had hier volgens haar geen oor naar, werd feller in uw stem en ging het persoonlijk maken. Mevrouw … heeft het gesprek beëindigd en uitgesproken u nog te laten weten hoe het vervolg zou zijn. Mevrouw … heeft dit gesprek als intimiderend en bedreigend ervaren en heeft hier intern een melding van gemaakt.

Bevinding

Het wettelijke recht op zorg is in 2015 vervangen door het begrip zorgplicht. Zorgplicht betekent dat iemand niet automatisch zorg hoeft te krijgen en dat er allereerst wordt uitgegaan van de eigen kracht van de burger. Wanneer het de burger niet lukt om er op eigen kracht uit te komen, dan is de gemeente pas verplicht om een collectieve voorziening of een maatwerkvoorziening te treffen. De verantwoordelijkheid van het RT is het kunnen doen van onderzoek ten behoeve van de hulpvraag. Het onderzoek dient ter onderbouwing van een onderzoeksverslag dat vervolgens wordt ingediend bij het Servicebureau. Zowel het onderzoek als het onderzoeksverslag zijn wettelijk verplichte onderdelen om een indicatie vast te stellen en een beschikking te kunnen afgeven. Op grond van beide standpunten kunnen wij vaststellen dat er geen twijfels waren dat u kampt met problemen en dat u hulp nodig had. Dit is ook erkend door mevrouw …. Het is echter een taak en verantwoordelijkheid van mevrouw … in haar rol als casusregisseur om onderzoek te doen ten behoeve van uw hulpvraag. Wij zijn van mening dat mevrouw …, die pas begin december 2024 voor het eerst met u in contact kwam, voldoende gepoogd heeft met u in gesprek te gaan om de leefgebieden uit te vragen ten behoeve van een onderbouwd onderzoeksverslag en te komen tot een passende invulling van uw hulpvraag. Ook heeft mevrouw … geprobeerd de mogelijkheden om de begeleiding die u in het verleden had via Neos en voor u in het verleden werkte middels een gesprek op 27 februari 2025 samen met u en de toenmalige trajectbegeleider van Neos te verkennen. Om de juiste hulp te kunnen bieden was het belangrijk dat u openheid van zaken gaf en de samenwerking aanging. Doordat u al de hulp voor ogen had die u nodig had en volgens u beschikbaar was, kon u niet open staan medewerking te verlenen aan een onderzoeksverslag. In plaats daarvan beschouwde u haar vragen als laconiek en niets ter zake doende voor uw hulpvraag en gaf u mevrouw … geen ruimte voor een constructief gesprek. Wij achten dit deel van uw klacht ongegrond.

Klacht 3

Niet integer handelen van mevrouw …

Uw standpunt:

 U gaf aan dat mevrouw … vermoedelijke contacten heeft met de heer .... Een familielid waarmee u in een vete zit, een vete die bekend is bij de politie. Uw situatie van administratieve chaos en destabilisatie door het uitblijven van hulp kan u tegenwerken in uw strafzaak tegen deze familie.

Standpunt mevrouw ...

U heeft mevrouw … verteld over uw situatie met de familie …. U gaf aan dat het een gevaarlijke situatie is en wilde mevrouw … overtuigen van uw verhaal en risico's. Mevrouw … had u laten weten dat ze bekend was met deze familie door werkzaamheden bij haar vorige werkgever maar dat dit ook het enige was. Ze heeft nooit persoonlijk contact gehad met de deze familie en was niet aan hun verbonden geweest. Ze had u dit verteld met de hoop hiermee vertrouwen te wekken en dat zij uw zorgen serieus nam.

Bevinding

Mevrouw … heeft u gevraagd of u uw vermoeden feitelijk kon onderbouwen. U heeft in uw reactie uw vermoeden niet feitelijk onderbouwd. Wij zijn van mening dat zonder feitelijke onderbouwing het twee kanten zijn van een verhaal die niet met elkaar overeenkomen. Wij onthouden ons dan ook van een oordeel op dit onderdeel van uw klacht.

Klacht 4

U verwijt mevrouw … dat zij zich schuldig maakte om u aan te merken als "dader' omdat u mevrouw … onheus heeft bejegend terwijl u slachtoffer bent van het onthouden van hulp door mevrouw ….

Uw standpunt:

Door mevrouw … moet u nu na 2 jaar nog langer wachten zonder enige vorm van hulp, ondersteuning en positieve ontwikkeling. In plaats van u direct door te sturen naar Neos moet u van haar weer terug naar de tekentafel door u te koppelen aan een nieuwe regisseur voor een nieuwe start omdat u mevrouw … onheus heeft bejegend. Mevrouw … bagatelliseerde hiermee de verantwoordelijkheid die op mevrouw … als regisseur rustte om u de hulp te bieden die u nodig had voor een positieve ontwikkeling. Uw problemen waren hierdoor alleen maar groter en complexer geworden. U heeft als benadeelde (emotionele) schade geleden doordat uw problemen alleen maar complexer zijn geworden. In plaats van mevrouw … aan te spreken op haar plichtsverzuim werd u uitgenodigd voor een gesprek op 3 april 2025 omdat mevrouw … het gesprek op 27 februari 2025 als vijandig, intimiderend en vijandig heeft ervaren.

Het standpunt van mevrouw…

U zocht contact met mevrouw … via sms-berichten. In de sms-berichten uitte u zich ontevreden. U typte lange berichten met diskwalificerende inhoud naar mevrouw …. Hierover is gesproken met mevrouw … en hebben we ingezet op een drie-gesprek. Dit gesprek vond plaats op 6 februari 2025. Het doel was in te zetten op een samenwerking met mevrouw … om te komen tot een invulling van uw hulpvraag. U had aangegeven dat u in het verleden goede ervaringen had in de begeleiding bij Neos. Om zowel u als mevrouw … te ondersteunen om tot een onderzoeksverslag te komen heeft mevrouw … voorgesteld om contact te zoeken met Neos. U bevestigde na het gesprek het vertrouwen te hebben in de voortgang van een traject met mevrouw … als uw casusregisseur. Op 27 februari 2025 had mevrouw … met u een gesprek georganiseerd waarbij uw toenmalige trajectbegeleider van Neos was uitgenodigd. Dit gesprek heeft mevrouw … beëindigd omdat zij het gesprek als vijandig, intimiderend en bedreigend heeft ervaren.

Mevrouw … zag geen ruimte meer om het gesprek om te buigen. Mevrouw … heeft dit gemeld en laten weten zich nog nooit zo onveilig te hebben gevoeld. Mevrouw … heeft een interne melding van dit incident gedaan en er is geschakeld met een adviseur Veilig Publieke Taken. Mevrouw … heeft op advies van de adviseur u uitgenodigd voor een gesprek op 3 april 2025. Het doel van dit gesprek was uw kant te horen en grenzen aan te geven op houding en gedrag richting een medewerker van het RT. Daarnaast was het doel het vertrouwen en de samenwerking te behouden tussen u en het RT en hierover afspraken te maken. Mevrouw … heeft u in de uitnodiging laten weten dat mevrouw … niet langer meer uw casusregisseur is maar in het gesprek u voor te stellen aan uw nieuwe casusregisseur. U had haar per mail laten weten niet aan dit gesprek mee te willen werken. Mevrouw … had u vervolgens opnieuw uitgenodigd voor een gesprek op 22 mei 2025 omdat zij een gesprek van belang vindt voor een verdere samenwerking tussen u en het RT. Bij dit gesprek had mevrouw … haar collega afdelingshoofd Handhaving uitgenodigd.

 Bevinding

Op grond van het bovengenoemde zijn wij van mening dat wij niet kunnen beoordelen hoe het gesprek op 27 februari 2025 tussen u en mevrouw ... is verlopen en door u beiden is ervaren. De gemeente hanteert een handelingskader voor agressie, intimidatie en geweld bij meldingen van incidenten tussen medewerker en een burger. Dit houdt in dat als een medewerker zich bedreigd of geïntimideerd heeft gevoeld in het contact met een burger dan kan hiervan een melding worden gedaan. Vanuit het handelingskader wordt van de leidinggevende verwacht een zorgmaatregel te nemen naar de medewerker en de betrokken burger uit te nodigen voor een gesprek of een waarschuwingsbrief te sturen. Mevrouw ... heeft gekozen voor het eerste en u uitgenodigd voor een gesprek op 3 april 2025. Uit de uitnodigingsbrief blijkt dat het doel van dit gesprek enerzijds was uw kant te horen en anderzijds de kaders aan te geven hoe we met elkaar in gedrag en communicatie omgaan en wat beide partijen hierin van elkaar mogen verwachten. De strekking van de uitnodigingsbrief voor het gesprek op 3 april jl. was gericht op relatieherstel en te kijken hoe het RT u passende hulp kon bieden door u voor te stellen aan een nieuwe casusregisseur en vervolgafspraken te maken voor de toekomst. Uit navraag blijkt dat u zowel het gesprek van 3 april jl. als 22 mei jl. heeft afgezegd omdat u geen gesprek wilde met mevrouw ... waartegen u een klacht had ingediend. Daarnaast voelde u zich niet veilig in een gesprek bij de aanwezigheid van een afdelingshoofd Handhaving. Mevrouw ... had begrip hiervoor en heeft u opnieuw uitgenodigd voor een gesprek waarbij in plaats van mevrouw ... een teamleider van het RT aanwezig zal zijn. Op uw verzoek is uw voormalige Wij generalist uitgenodigd om u bij te staan. Wij zijn van mening dat u van de gemeente mag verwachten dat wij u met respect behandelen en dat medewerkers dit ook van u mogen verwachten, ook al bent u het niet eens met elkaar. Daarnaast vinden wij dat mevrouw ... door u meerdere malen uit te nodigen voor een gesprek waarbij zij begrip heeft getoond voor uw bezwaren, zich flexibel en constructief naar u toe heeft opgesteld. Wij achten dit deel van uw klacht ongegrond.”

Klachtbehandeling in tweede aanleg

Op 26 juni 2025 en 3 juli 2025 stuurt verzoeker lange email-berichten aan de Ombudscommissie. Bij email-bericht van 3 juli 2025 vraagt de Ombudscommissie verzoeker zijn verzoek(en) te concretiseren en hier eventueel hulp bij te vragen. 

Op 2 januari 2026 komt het concrete verzoek van verzoeker binnen. 

(Tijdens een telefoongesprek op 8 februari 2026 licht verzoeker toe dat hij vanwege een ernstige ziekte niet eerder in staat was om zijn eerdere verzoek aan de OCE concreet te maken. Een onafhankelijk clientondersteuner heeft hem nu geholpen met het formuleren van zijn klacht)

Verzoeker is van mening dat de gemeente Eindhoven niet juist heeft geoordeeld over zijn klacht. 

Uitnodiging hoorzitting

 Bij schrijven van 24 april 2026 werden partijen uitgenodigd om op 19 mei 2026 op een hoorzitting te verschijnen. Om een veilige en vertrouwelijke omgeving te waarborgen, waarin zowel verzoeker als verweerder zich vrij voelen hun verklaring volledig af te leggen, heeft de Ombudscommissie het verzoek om gescheiden te worden gehoord gehonoreerd. Bij email-bericht van 12 mei 2026 heeft verzoeker laten weten dat zijn zus hem tijdens de hoorzitting zal vergezellen. Ook een cliëntondersteuner was aanwezig op de hoorzitting.

Standpunt van verzoeker 

Verzoeker geeft schriftelijk het volgende aan. 

1. Inleiding

Dit verzoek ziet op schending van de zorgplicht, integriteit, en het beginsel van onpartijdigheid bij de behandeling van mijn dossier in de periode van juni 2023 tot oktober 2025.

De gebeurtenissen die hieronder worden uiteengezet, tonen een patroon van feitelijke verdraaiing, belangenverstrengeling en procedurele nalatigheid.

2. Chronologisch overzicht


19 juni 2023

Tijdens een overdrachtsgesprek draagt de maatschappelijke werkster mij over aan het Regieteam Eindhoven. Zij was aanwezig en heeft daarbij — logischerwijs — persoonlijke gegevens verstrekt, waaronder informatie over mijn inkomsten en hulpvragen.

6 februari 2025

Volgens ... en ... vond dit gesprek plaats naar aanleiding van een sms-correspondentie.

Dit is feitelijk onjuist: de afspraak werd gemaakt naar aanleiding van mijn eerdere klachten, die vervolgens door hen zijn verhuld als een hulpvraag.

Dit is een eerste aanwijzing van dossiermanipulatie en strijd met artikel 2:4 Awb (verplichting tot onpartijdig en zorgvuldig handelen).

27 februari 2025

Gesprek met trajectbegeleider ... ... van Neos.

Tijdens dit gesprek herhaal ik mijn eerdere zorgen; ... geeft voor het eerst toe dat zij de familie ... kent — informatie die zij maandenlang verzwegen had.

... verklaart letterlijk: “Ik heb het gevoel dat ze je dwarszitten.”

Dit bevestigt dat er sprake is van bewuste ondermijning.

Kort daarna wordt ... uit haar functie als casusregisseur ontheven, maar zonder directe overdracht, waardoor mijn hulptraject wederom stilvalt.

Niettemin werd kort daarna besproken dat zij mij opnieuw zou overnemen.

Dat is intern tegenstrijdig en wijst op misbruik van meldingsrecht (vgl. CRvB ECLI:NL:CRVB:2017:4338).

3. Stagnatie en procedurele tekortkomingen

Na de klacht van ...’ collega … werd meer dan vier weken gewacht voordat nieuwe afspraken werden gepland.

Tijdens de schaarse gesprekken die volgden, werd herhaaldelijk gesteld dat er geen rapportage kon worden opgemaakt omdat ik “niet meewerkte”.

Toen ik vroeg “stel dan je vragen, ik geef nu antwoord”, werd gezegd: “Dat gaan we nu niet doen.”

Dit getuigt van een gebrek aan zorgvuldigheid en een schending van de onderzoeks- en motiveringsplicht (artikelen 3:2 en 3:46 Awb).

De onafhankelijke cliëntenondersteuner heeft voorgesteld de vragen dan per e-mail te stellen.

De nieuwe casusregisseur antwoordde: “Ik ga je niet doorschakelen voor mijn vakantie.”

Op de vraag wie de overdracht tijdens haar afwezigheid zou verzorgen, bleek dat ik opnieuw aan ... gekoppeld zou worden.

De cliëntenondersteuner heeft hier direct bezwaar tegen gemaakt.

Gedurende deze periode was er bovendien geen feitelijke hulpverlening: de woonbegeleiding waarnaar ik werd doorverwezen, gaf zelf aan geen invulling te kunnen geven aan mijn hulpvragen.

Het effect was opnieuw destabiliserend — precies het tegenovergestelde van wat redelijkerwijs van een gemeentelijke zorgketen verwacht mag worden.

4. Ingrijpen van GGzE

De ambulante GGzE-hulp die twee jaar eerder in samenwerking met mijn huisarts was aangevraagd, kwam pas in deze fase daadwerkelijk tot stand.

GGzE-begeleiding gaf aan dat zij zelf contact zouden opnemen met ... ..., omdat de samenwerking met het regieteam niet meer werkbaar was.

Nadat ik de woonbegeleiding formeel had laten weten niet langer met hen te willen werken — omdat zij hoofdzakelijk informatie doorgaven aan het Regieteam en niet aan mijn hulpvragen voldeden — werd ik binnen enkele dagen opgeroepen om mij te verantwoorden wegens vermeende “weigering tot medewerking”.

Ik heb daarop schriftelijk uiteengezet dat er geen sprake was van weigering, maar van het ontbreken van daadwerkelijke ondersteuning.

GGzE-medewerkers hebben deze lezing later bevestigd.

Uiteindelijk werd ik pas rond oktober 2025 effectief doorgeschakeld naar Team Neos.

Pas toen de regie feitelijk bij GGzE kwam te liggen en het Regieteam de zeggenschap verloor, werd alsnog een overdracht geregeld.

Medewerkers van GGzE gaven aan dat zij mijn relaas aanvankelijk nauwelijks konden geloven, totdat zij zelf van ... hoorden dat ook hij het gevoel had dat men mij “bewust dwarszat”.

5. Belangenverstrengeling en integriteitsschending

De handelswijze van ... vertoont duidelijke overeenkomsten met de belangen van de familie ..., tegen wie ik als hoofgetuige belastend heb verklaard.

Door mij psychisch te destabiliseren, mijn geloofwaardigheid te ondermijnen en hulp structureel te frustreren, werd indirect dat familiebelang gediend.

Het verzwijgen van haar relatie met de familie ... en haar gelijktijdige betrokkenheid bij mijn casus vormen een directe schending van:

Artikel 4 Ambtenarenwet 2017 (plicht tot integer en onafhankelijk handelen);

Artikel 125 Gemeentewet (zorgplicht van het college voor behoorlijk functioneren van ambtenaren);

en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (art. 3:2, 3:4, 2:4 Awb).

Dat de klachtbehandelaar vervolgens steeds de standpunten van ... en ... overnam, terwijl feitelijke bewijzen — zoals sms-berichten en interne inconsistenties — werden genegeerd, versterkt de verdenking van structurele partijdigheid.

6. Juridische beoordeling


Het hierboven geschetste patroon duidt op:

Schending van de zorgplicht

De gemeente heeft nagelaten te zorgen voor een deugdelijke overdracht en continuïteit van hulp. Dit is in strijd met artikel 3:4 Awb en de zorgplicht die volgt uit de Wmo 2015.

Belangenverstrengeling en integriteitsschending

Het verzwegen contact tussen ... en de familie ... ondermijnt de vereiste onafhankelijkheid. Dit valt onder de verboden situatie van persoonlijk belang bij uitvoering van publieke taak.

Onzorgvuldige klachtbehandeling

De klachtbehandelaar heeft de toetsing niet onafhankelijk uitgevoerd. De Nationale Ombudsman heeft meermaals benadrukt (bijv. rapport 2021/048) dat een bestuursorgaan bij klachtenonderzoek hoor- en wederhoor moet toepassen, feiten moet verifiëren en niet enkel mag afgaan op interne verklaringen.

Secundaire victimisatie

De voortdurende beschuldigingen van “niet meewerken”, het negeren van mijn klachten en het herhaaldelijk terugkoppelen naar dezelfde regisseurs ondanks eerder geconstateerde conflictsituaties, hebben geleid tot hernieuwde psychische schade. Dit is strijdig met het EVRM-beginsel van behoorlijk bestuur en menselijke waardigheid (art. 8 EVRM).

7. Verzoek tot onafhankelijk integriteitsonderzoek

Gelet op de hierboven beschreven feiten en omstandigheden, verzoek ik hierbij formeel en gemotiveerd om een onafhankelijk integriteitsonderzoek naar het handelen van mevrouw ... en mevrouw ... van het Regieteam Eindhoven.

Het verzoek is gebaseerd op:

Artikel 2:4 Awb (verplichting tot onpartijdigheid van bestuursorganen);

Artikel 3:2 Awb (plicht tot zorgvuldige voorbereiding);

Artikel 4 Ambtenarenwet 2017 (integriteit en onafhankelijkheid van ambtenaren);

en de Integriteitsverordening gemeente Eindhoven (specifiek de bepalingen over het melden en onderzoeken van vermoedelijke integriteitsschendingen).

Daarnaast verzoek ik dat het onderzoek niet wordt uitgevoerd door interne functionarissen van de gemeente Eindhoven of het Regieteam, maar door een onafhankelijke externe partij, overeenkomstig de aanbevelingen van de Nationale Ombudsman (onder meer rapport 2021/048, 2022/030).

8. Onderzoeksvragen

Ik verzoek dat het integriteitsonderzoek zich in ieder geval richt op de volgende vragen:

Belangenverstrengeling:

Heeft mevrouw ... een persoonlijk of familiair belang gehad bij haar handelen in mijn dossier, gezien haar relatie met de familie ...?

Feitenmanipulatie en onjuiste verslaglegging:

Zijn er onjuiste of misleidende gegevens vastgelegd in mijn dossier (zoals de onware vermelding dat het gesprek van 6 februari 2024 voortkwam uit sms-correspondentie in plaats van een klacht)?

Schending van de zorgplicht:

Heeft het Regieteam, en met name de betrokken casusregisseurs, hun wettelijke zorgplicht geschonden door de hulpverlening bewust te vertragen of te frustreren?

Onzorgvuldige klachtbehandeling:

Is de afhandeling van mijn eerdere klachten door de gemeente conform de eisen van hoor- en wederhoor, feitelijke verificatie en onafhankelijkheid uitgevoerd?

Psychische destabilisatie / secundaire victimisatie:

In hoeverre heeft het handelen van de betrokken medewerkers bijgedragen aan mijn psychische belasting, waardoor mijn positie indirect werd verzwakt?

9. Bewijsmateriaal

Ter ondersteuning van dit verzoek verwijs ik naar:

Schriftelijke correspondentie (waaronder e-mails en sms-berichten) tussen mij en betrokken functionarissen;

Verklaringen van GGzE-medewerkers, waaronder bevestiging dat zij mijn verklaringen geloofwaardig achtten en zelf constateerden dat ik werd “tegengewerkt”;

De verklaring van trajectbegeleider ... ... (Neos), die aangaf dat ook hij de indruk had dat ... mij bewust dwarszat;

En eerdere klachtverslagen waarin inconsistenties en onvolledige feitenweergave zichtbaar zijn.

10. Verzoek aan de gemeente

Ik verzoek de gemeente Eindhoven en de Integriteitskamer om:

Bevestiging van ontvangst van dit formele verzoek;

Schriftelijke aanwijzing van de onderzoeksinstantie (met vermelding van de onafhankelijkheid daarvan);

Waarborging van non-retaliatie — dat wil zeggen dat ik geen nadelige gevolgen ondervind van het indienen van deze melding;

En een terugkoppeling van de onderzoeksbevindingen, conform de interne integriteitsregeling en het bepaalde in de Awb.

11. Slotverklaring

Het handelen van betrokken medewerkers heeft mijn vertrouwen in de objectiviteit van het gemeentelijk zorgsysteem ernstig geschaad.

Dit verzoek is niet enkel bedoeld om verantwoording te vragen, maar om te waarborgen dat dergelijke misstanden zich niet opnieuw kunnen voordoen — niet bij mij, en niet bij andere burgers die afhankelijk zijn van gemeentelijke zorg.

Deel 2. Inconsistenties, tegenstrijdigheden en aanvullende observaties

Ter nadere toelichting, worden hieronder specifieke inconsistenties, tegenstrijdige verklaringen en handelwijzen beschreven die duiden op een patroon van onzorgvuldigheid, verdraaiing van feiten en belangenverstrengeling. 

1. Onjuiste weergave van aanleiding gesprek 6 februari 2025

Volgens mevrouw ... en mevrouw ... is het gesprek van 6 februari 2025 ingepland naar aanleiding van sms-correspondentie over een woning.

Dit is feitelijk onjuist.

Het gesprek werd ingepland na mijn klachten over hun handelwijze, niet vanuit een hulpvraag.

Door deze klacht te herdefiniëren als een hulpvraag, is getracht de feitelijke aard van mijn melding — een klacht over integriteit en bejegening — te verhullen.

Dit is een vorm van dossiervervuiling en kan worden aangemerkt als onjuist administratief handelen, in strijd met de plicht tot waarheidsgetrouwe verslaglegging (vgl. art. 3:2 Awb en de VNG-gedragscode integriteit).

2. Tegenstrijdigheid in verklaringen over de woningproblematiek

In de sms-correspondentie legt mevrouw ... nadrukkelijk de focus op woonruimte en dat hulp voor mijn hulpvraag niet mogelijk is.

Later ontkent zij dit.

Deze tegenstrijdigheid wekt de indruk dat feiten selectief worden weergegeven afhankelijk van context of verantwoordingsdruk — hetgeen onverenigbaar is met de zorgvuldigheidsnorm en de vereiste betrouwbaarheid in ambtelijke verslaglegging.

3. Tijdstip en inhoud van klacht tegen mij – stagnering van hulpverlening

Op de dag van mijn doorschakeling naar een ander team diende mevrouw ... een klacht tegen mij in, waarin zij stelde dat zij zich “nog nooit zo onveilig had gevoeld”.

Deze klacht leidde tot onmiddellijke stagnatie van de hulpverlening.

Daarna bleek echter dat achter de schermen reeds werd besproken dat ... mij opnieuw zou overnemen.

Deze opeenvolging van gebeurtenissen is intern tegenstrijdig en juridisch relevant:

Een beroep op onveiligheid veronderstelt een reëel en duurzaam risico,

terwijl de bereidheid om vrijwel direct daarna opnieuw aan mij gekoppeld te worden dat risico ontkracht.

Deze gang van zaken kan worden gekwalificeerd als misbruik van meldingsrecht (vgl. jurisprudentie Centrale Raad van Beroep, o.a. ECLI:NL:CRVB:2017:4338) en roept vragen op over de motieven achter deze klacht.

4. Onverklaarde vertragingen en procedurele onzuiverheid

Na de klacht van mevrouw ... werden weken gewacht alvorens vervolggesprekken in te plannen.

Tijdens de ingeplande gesprekken werd herhaaldelijk gesteld dat “geen rapport kon worden opgemaakt” omdat ik niet meewerkte.

Toen ik vroeg welke vragen men beantwoord wilde zien, weigerden zij die concreet te stellen.

Pas nadat de onafhankelijke cliëntenondersteuner tussenbeide kwam en verzocht de vragen per e-mail toe te sturen, reageerde de nieuwe casusregisseur ontwijkend: “Ik ga je niet doorschakelen voor mijn vakantie.”

Op de vraag wie tijdens haar afwezigheid mijn casus zou overnemen, bleek dat ik opnieuw aan ... zou worden gekoppeld — ondanks het feit dat haar eerdere optreden juist de oorzaak was van mijn klachten.

Deze handelwijze is in strijd met het beginsel van objectieve en de-escalerende casusoverdracht en kan worden beschouwd als onprofessioneel en risicovol gedrag in de context van een integriteitsgevoelige casus.

5. Misleidende argumentatie rond “niet-meewerken”

Na mijn weigering om opnieuw met de betrokken functionarissen samen te werken — gegrond op eerdere misstanden en het ontbreken van vertrouwen — werd gesteld dat ik “niet wilde meewerken”.

Deze kwalificatie is feitelijk onjuist: ik heb aantoonbaar aangeboden om samen te werken met GGzE-ambulante hulp, dat reeds was ingeschakeld in overleg met mijn huisarts en de maatschappelijke werkster.

De beschuldiging van “niet-meewerken” lijkt derhalve te zijn gebruikt als instrument tot dossiersturing om verantwoordelijkheid af te wenden en gedragingen te rechtvaardigen die anders als zorgverwaarlozing konden worden aangemerkt.

6. Belangenverstrengeling en parallelle belangenpositie

Het gedrag van mevrouw ... vertoont duidelijke parallellen met de belangen van de familie ... over wie ik als hoofdgetuige verklaringen heb afgelegd.

Door mij psychisch te destabiliseren en mijn geloofwaardigheid te ondermijnen, werd feitelijk een belang gediend dat buiten het mandaat van haar functie ligt.

Indien deze belangenrelatie, direct of indirect, kan worden bevestigd, is sprake van een ernstige schending van de integriteitsplicht (art. 4 Ambtenarenwet 2017), omdat de onpartijdigheid van de ambtenaar in het geding komt.

7. Bevestiging door derden

De hierboven beschreven patronen worden ondersteund door verklaringen van derden:

... (Neos) bevestigde dat hij het gevoel had dat men mij “bewust dwarszat”.

GGzE-medewerkers gaven aan dat mijn verklaringen consistent en geloofwaardig waren en dat ook zij het patroon van tegenwerking opmerkten.

De onafhankelijke cliëntenondersteuner heeft bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen her-koppeling aan ... en daarmee impliciet de risico’s erkend die daaraan verbonden waren.

8. Onrechtmatige beperking van mijn uitingsvrijheid en meldrecht

Via de onafhankelijke cliëntenondersteuner werd mij meegedeeld dat ik bij het GGzE niet meer mocht spreken over mevrouw ..., omdat er anders “maatregelen zouden volgen”.

Deze instructie vormt een ernstige schending van fundamentele rechten:

Het recht om misstanden te melden (artikel 9 Ambtenarenwet 2017, meldregeling integriteit gemeente),

Het recht op vrije meningsuiting (artikel 10 EVRM en artikel 7 Grondwet),

En het recht op behoorlijke klachtbehandeling (artikel 9:1 e.v. Awb).

Een dergelijke maatregel heeft het karakter van intimidatie en belemmering van klokkenluiden.

Door een burger of cliënt te verbieden te spreken over vermoedelijke misstanden of over een ambtenaar die onderwerp is van een klacht, ontstaat een chilling effect: een ontmoedigend klimaat waarin misstanden niet langer veilig gemeld kunnen worden.

Deze gedraging is daarom te kwalificeren als:

Onrechtmatige beperking van uitingsvrijheid;

Misbruik van positie (artikel 4 Ambtenarenwet 2017);

En belemmering van integriteitsmelding (in strijd met de beginselen van goed bestuur, artikel 2:4 Awb – onpartijdigheid en eerlijkheid).

De dreiging met “maatregelen” versterkt bovendien het beeld dat er sprake was van een gesloten front tussen betrokken functionarissen, gericht op het onderdrukken van mijn verklaringen in plaats van op waarheidsvinding.

9. Structureel falen van interne waarborgen en institutionele vooringenomenheid

De in dit dossier beschreven gedragingen tonen niet slechts individuele fouten, maar wijzen op een structureel falen van interne waarborgen binnen het gemeentelijke zorgstelsel.

Volgens vaste jurisprudentie van de Nationale Ombudsman (o.a. rapport 2022/040 en 2023/016) rust op gemeenten een verzwaarde zorgplicht om de onafhankelijkheid te bewaken bij klachtbehandeling en integriteitsonderzoeken in het sociaal domein.

Die plicht omvat onder meer:

het strikt scheiden van hulpverlening en klachtbehandeling;

het voorkomen dat medewerkers over wie wordt geklaagd direct of indirect invloed behouden op de verdere casusafhandeling;

en het actief waarborgen van de veiligheid van de klager (artikelen 2:4 en 3:2 Awb, artikel 4 Ambtenarenwet 2017).

In mijn geval zijn al deze waarborgen herhaaldelijk en aantoonbaar geschonden.

Dezelfde medewerker (...) bleef inhoudelijk betrokken nadat over haar klachten waren ingediend.

De klachtenbehandelaar heeft bovendien structureel de standpunten van deze medewerkers overgenomen zonder feitelijke verificatie — zelfs wanneer uit SMS-correspondentie en dossierstukken bleek dat hun verklaringen inconsistent of feitelijk onjuist waren.

Daarnaast is gebleken dat mijn klachten stelselmatig werden verhuld als hulpvragen, waardoor het klachtrecht werd omzeild.

10. doorschakeling 2024 vs 2025

In 2024 kon het Regieteam mij wél doorschakelen naar Neos, zij het onder onrechtmatige voorwaarden – namelijk de verplichting om in de opvang te overnachten, zonder wettelijke grondslag of besluit met rechtsgevolg.

Toen ik die overnachting weigerde (beschaamd door veiligheidsrisico’s), werd dit geïnterpreteerd als “niet meewerken”.

Kort na die weigering werd ik op straat door een groep familieleden aangevallen en in het ziekenhuis opgenomen.

In 2025 voert het Regieteam plots aan dat zij mij niet konden doorschakelen en beroept zich op beleidsbeperkingen – een volstrekte tegenstrijdigheid met het feit dat in 2024 wel doorschakeling plaatsvond.

Deze omkering vormt bewijs van inconsistent en kennelijk vooringenomen beleid, in strijd met het gelijkheidsbeginsel en de beginselen van rechtszekerheid (art. 3:4 Awb).

Bovendien is de verplichting tot overnachting te kwalificeren als een feitelijke handeling zonder rechtsgrond — een vorm van oneigenlijke dwang, in strijd met het legaliteitsbeginsel en de zorgplicht uit de Wmo 2015.

Dit patroon – waarbij signalen over mogelijk integriteitsschendend gedrag telkens werden “hervertaald” tot gewone hulpverzoeken – vormt een structurele schending van de plicht tot objectieve en functionele scheiding tussen zorg en toezicht.

Daarmee is sprake van meer dan individuele tekortkomingen: het duidt op institutionele vooringenomenheid.

Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (o.a. ABRvS 20 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1075 en ABRvS 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2589) kan een bestuursorgaan als geheel vooringenomen zijn wanneer er een patroon bestaat waarin interne beoordelingen voorspelbaar gunstig uitvallen voor het eigen apparaat, of waarin klachten structureel niet onafhankelijk worden onderzocht.

De hier beschreven feiten voldoen aan die criteria:

klachten werden systematisch niet als zodanig erkend maar verhuld als hulpvragen;

de klachtenbehandelaar nam zonder verificatie de zienswijze van betrokken medewerkers over; en ondanks de eerder erkende onveiligheid werd hernieuwde koppeling aan dezelfde medewerker (...) overwogen.

Deze opeenstapeling van gedragingen wijst op een gebrekkige institutionele onafhankelijkheid, hetgeen de kans op manipulatie en dossiervervuiling vergroot.

Volgens artikel 2:4 Awb brengt een dergelijke situatie met zich mee dat het bestuursorgaan niet langer geacht kan worden onpartijdig te handelen.

Het betreft hier een systeemfout die niet intern kan worden hersteld, maar conform de lijn van de Raad van State slechts kan worden gecorrigeerd door een extern, onafhankelijk feitenonderzoek.

Daarmee is de kernvraag niet langer of individuele medewerkers zich onbehoorlijk hebben gedragen, maar of het bestuursorgaan als geheel heeft nagelaten zijn integriteitsplicht te waarborgen.

Deze constatering maakt een extern onderzoek niet slechts wenselijk, maar juridisch geboden.

Samenvattende observatie

Het geheel van deze inconsistenties wijst op een systematisch patroon van dossiermanipulatie, onjuiste verslaglegging en gebrek aan waarheidsvinding.

Deze gedragingen ondermijnen niet enkel de rechtspositie van de cliënt, maar ook het vertrouwen in de integriteit van het gemeentelijke zorgstelsel als geheel.

De combinatie van tegenstrijdige verklaringen, vertraagde procedures en selectieve communicatie maakt een volledig onafhankelijk feitenonderzoek niet alleen wenselijk, maar noodzakelijk. 

Op 28 februari 2026 voegt verzoeker het per email-bericht nog het volgende toe: 

Ik verzoek u in uw onderzoek naar de bejegening door het Regieteam ook de invloed op de voortgang van mijn strafdossier (PL2100-2024143551-2) te betrekken. Gezien de geconstateerde tegenwerking door zorgpartners, maak ik mij grote zorgen of dit handelen ook de reden is dat het zware geweldsdelict in juni 2024 (geweld met ijzeren pijp in groepsverband op video door de familie ...) stilligt. 

De hoorzitting van verweerder

Op de hoorzitting zijn de (toenmalige) medewerker van het regieteam, haar (toenmalige) leidinggevende en de klachtenbehandelaar verschenen.

Desgevraagd geeft verweerder aan dat de WMO hier de wettelijke grondslag voor het toekennen van voorzieningen vormt, waarbij het onderdeel “dakloosheid” is ondergebracht bij het regieteam.

Op de vraag van de Ombudscommissie waarom er, gezien de gespannen relatie, niet voor werd gekozen om het verzoek om begeleiding door Neos te honoreren, antwoordt verweerder het volgende: 

Dit verzoek werd wel degelijk onderzocht. Voordat een voorziening in het kader van de Wmo kan worden toegekend, dient echter eerst een intake en een gesprek plaats te vinden. De vragen en wensen van verzoeker moeten goed in beeld worden gebracht om hier vervolgens de juiste partij bij te voegen. Verzoeker kwam destijds met een woonvraag maar vanuit de Wmo kan enkel “wonen met zorg” worden toegekend. Het regieteam verstrekt geen woningen. Ook was bekend dat verzoeker eerder was weggegaan bij Neos en voordat een nieuw duur traject werd ingezet, moest eerst overleg met verzoeker plaatsvinden. 

Er werd uiteindelijk gehoor gegeven aan het verzoek om door de heer ... (Neos) begeleid te worden. Dit betekende echter niet dat de heer ... op dat moment ook meteen tijd kon vrijmaken. Dit kan verweerder ook niet eisen. 

De heer ... heeft de bemiddelende rol op zich genomen maar een en ander niet meer ten goede kunnen keren.  Aanvankelijk is gevraagd of de heer ... kon ondersteunen in het gesprek tussen verzoeker en het Regieteam om tot een onderzoeksverslag te komen. Of dat Neos ook de partij is die een beschikking zou kunnen gaan uitvoeren, daar kon geen toezegging over gedaan worden. Het servicebureau beoordeelt de aanvraag, er kan een voorkeurszorgaanbieder worden aangegeven, met motivering. Neos beoordeelt vervolgens immers zelfstandig in hoeverre een Wmo-aanvraag passend is. En ook dan geldt dat een aanvrager openheid van zaken moet geven en open moet staan voor begeleiding.

Momenteel wordt verzoeker ambulant begeleid door de heer ..., buiten een woonvorm om, op grond van een ambulante beschikking. Echter aan de wens om enkel door hem begeleid te worden, zonder tussenkomst van de gemeente Eindhoven, kan niet worden tegemoetgekomen. De gemeente Eindhoven is immers opdrachtgever en daarmee eindverantwoordelijk. 

Verzoeker is inmiddels, sinds februari 2025, gekoppeld aan een andere medewerker van het regieteam. 

Op basis van een uitspraak door mevrouw ... en het gevoel van betrokkenheid bij een bepaalde situatie is bij verzoeker het wantrouwen ontstaan. Mevrouw ... heeft echter enkel helder willen maken begrip te hebben voor de druk waaronder verzoeker gebukt gaat als gevolg van die bepaalde situatie. Het gevoel van wantrouwen kon echter niet meer worden gekeerd. 

Mevrouw ... voegt toe dat ze begrip had voor het verzoek van verzoeker en dat ze de intentie had hem hierbij te helpen. Er was echter sprake van (wettelijke) voorwaarden waar ook aan voldaan moest worden. 

Verzoeker kreeg behandeling bij een zorginstelling, Psytrec, en een stabiele woonruimte gold hiervoor als randvoorwaarde. Omdat hiervan geen sprake was, werd deze begeleiding beëindigd. Mevrouw ... heeft het voornemen tot beëindiging nog kunnen rekken, maar Psytrec heeft uiteindelijk zelf de keuze gemaakt tot uitschrijven.

De Ombudscommissie refereert aan een email-bericht van Psytrec waarin men aangeeft diverse keren geprobeerd te hebben contact te krijgen met het regieteam. De medewerker van het regieteam reageert dat men steeds langs elkaar heen belde. Vanaf oktober/november 2025 heeft men structurele contactmomenten ingepland om de stand van zaken scherp te houden, mede gezien het psychisch lijden van verzoeker. Er was sprake van een interne opvolging bij Psytrec en een tijd lang was het onduidelijk wie de opvolger was, waardoor mevrouw ... geen gehoor kreeg.

Mevrouw ... voegt toe dat ze ook heeft geopperd om samen met verzoeker naar zijn postadres te gaan om zijn overvolle postvak te legen en de post te sorteren. Zo ver is het echter niet gekomen; het wantrouwen in het contact was al te groot.  

Op het moment dat verzoeker zijn zorgverzekering dreigde te verliezen, heeft ze voorgesteld om samen acties uit te zetten om de post digitaal te laten bezorgen. Maar ook hiervoor bestond de mogelijkheid niet meer. 

Desgevraagd geeft ze aan dat het destijds niet mogelijk was om deze taak bij de heer ... te beleggen. Er was immers geen beschikking. Dan zou dit vrijwillig door hem moeten gebeuren of door iemand anders in de rol van onafhankelijk clientondersteuner.  Binnen zijn huidige rol als ambulant begeleider past dit voor de heer ... wel. 

De (toenmalig) leidinggevende benadrukt dat de situatie grote impact heeft (gehad) op de medewerker van het Regieteam.

De hoorzitting van verzoeker

Verzoeker wordt vergezeld door zijn zus en een onafhankelijk cliëntondersteuner.

Verzoeker geeft aan dat hij hulp nodig heeft bij zijn administratie maar dat deze hulpvraag nooit werd beantwoord. 

Op het moment dat hij als gevolg van werkloosheid dakloos was geworden, moest hij vanuit maatschappelijk werk (WIJeindhoven) worden overgedragen aan het regieteam van de gemeente Eindhoven. Verzoeker had veel vertrouwen in de maatschappelijk werkende; ze had een inkomen voor hem geregeld en hij voelde zich gehoord. Ze is ook meegegaan voor een warme overdracht aan het regieteam omdat ze het belangrijk vond dat zijn situatie stabiel zou blijven, aldus verzoeker.

Door de medewerkster van het regieteam, mevrouw ..., voelde verzoeker zich weggezet als een "schimmig figuur". Hij kreeg hulp onder voorwaarde dat hij bij Neos moest blijven slapen. Dit was geen optie voor hem omdat dit een te hoog veiligheidsrisico zou vormen. Verzoeker zegt zich af te vragen waarom hij een jaar daarvoor wél door Neos kon worden geholpen zonder dat deze voorwaarde werd opgelegd.

Verzoeker voegt toe dat hij per sms aan mevrouw ... heeft gevraagd om hulp bij zijn administratie. Hierop gaf zij aan dat hij eerst moest reageren op woningen. Verzoeker is echter van mening dat als hij hulp zou krijgen bij zijn administratie, hij het regieteam niet meer nodig had en een beroep kon doen op maatschappelijk werk. Op deze manier kan hij zich echter niet inschrijven voor een woning en blijft hij in een cirkel ronddraaien.

Tijdens een gesprek met mevrouw ... van het regieteam liet deze de naam van … vallen en gaf ze aan hem te kennen vanuit een vorige werkgever. Dit betekende een enorme vertrouwensbreuk voor verzoeker. 

Verzoeker stelt het verdacht te vinden dat er structureel stagnatie bij de behandeling van zijn hulpvraag plaatsvindt. 

Verzoeker zegt dat hij in de begeleiding door de heer ..., waar hij eerder goeie ervaringen mee had, een alternatief voor de stagnatie bij het regieteam zag.

Verzoeker zegt het gevoel te hebben dat hij door de gemeente wordt tegengewerkt omdat er een lijntje is met …. … probeert hem al jaren financieel te destabiliseren, onder meer door hem weg te zetten als "gek” en “schizofreen".  Zodra hij zichtbaar wordt en het erop zou kunnen lijken dat hij over financiële middelen beschikt, komt zijn familie mogelijk ongewenst onder het vergrootglas. Vanaf 2022 heeft er een golf van geweld vanuit … richting verzoeker plaatsgevonden en ook zijn gezin en familie werden bedreigd. Verzoeker heeft er daarom belang bij om onder de radar te blijven. 

In 2023 werd door Psytrec cptss vastgesteld waardoor verzoeker inzicht heeft gekregen in wat er bij hem speelt. Hij wilde weten of hij inderdaad schizofreen was. Door Psytrec werd gesteld dat zijn stoornis waarschijnlijk door de anti-sociale persoonlijkheidsstoornis van … is ontwikkeld.

Verzoeker voegt toe dat hij naar Turkije is gegaan om een rechtszaak tegen … te starten. Dit heeft hem veel geld gekost. Hij is bij terugkeer met documenten naar het districtshoofd van de politie gegaan. Deze gaf aan dat de politie daar niets mee doet en verwees verzoeker door naar de Fiod. 

Omdat werkgevers het gezien de situatie met zijn familie niet met hem aandurven, heeft verzoeker zijn baan verloren. Hij is toen opgevangen door zijn zus.

Ook diverse pogingen om weer een bedrijf te beginnen zijn niet gelukt omdat werkgevers liever niet meer met hem in zee willen. Hij moet echter werken om met mijn gezin te kunnen ontsnappen, aldus verzoeker.

Op een zeker moment was de twee jaar durende wachttijd bij de GGZ-e voorbij en hebben zij de hulpverlening overgenomen. Een medewerkster van het GGZ-e heeft toen met hem de post opgehaald en deze aan de maatschappelijk werkster gegeven. Deze medewerkster heeft de administratie en post in een map opgeborgen, aldus verzoeker.

Ze opperde schuldsanering/bewindvoering maar verzoeker heeft toen aangegeven dat hij begeleiding door de heer ... van Neos wilde. 

Uiteindelijk is de postmap bij de heer ... terechtgekomen echter daar is het niet gegaan zoals gehoopt, zo stelt verzoeker. De heer ... wilde de map gaan ordenen om deze vervolgens aan verzoeker terug te geven. Dit heeft zijn trauma, mede door zijn onderliggende cptss, enorm getriggerd. Hij moet de map nu ergens verstoppen en dit ervaart hij als zeer belastend, aldus verzoeker.

Verzoeker voegt toe dat de heer ... onlangs aangaf dat hij sinds een paar weken op een wachtlijst staat. Dit verbaast verzoeker enorm aangezien zijn aanvraag voor hulp bij zijn administratie en financiën al dateert van oktober 2025.  

Verzoeker is van mening dat deze stagnatie het gevolg is van het feit dat de gemeente opdrachtgever is van de heer .... Hij vraagt zich af hoe het nu verder moet. 

Verzoeker geeft aan sinds kort nieuwe medicatie vanuit de GGZ-e te gebruiken en dit als helpend te ervaren.

Beide partijen hebben opmerkingen doen toekomen naar aanleiding van het (concept) verslag van bevindingen. Voor zover noodzakelijk en/of relevant zijn deze meegenomen in dit definitieve verslag van bevindingen. 

Wijze van beoordeling

De Ombudscommissie beoordeelt of (een of meer medewerkers van) het bestuursorgaan zich in de door haar onderzochte aangelegenheid al dan niet behoorlijk heeft/hebben gedragen. De Ombudscommissie toetst het handelen van de gemeente Eindhoven aan de hand van de behoorlijkheidswijzer.

Overwegingen

Verzoeker voert aan dat sprake is van schending van de zorgplicht door verweerder nu zij heeft nagelaten te zorgen voor een deugdelijke overdracht en continuïteit van hulp. 

De Ombudscommissie concludeert dat er sprake was van een mismatch tussen hetgeen verzoeker wilde en dat wat het regieteam aan hem kon bieden. De gemeente moet handelen vanuit een wettelijk kader. Vanuit de Wet maatschappelijke opvang (Wmo) kon een woon- met zorgtraject worden aangeboden, maar dit was niet waar verzoeker op dat moment behoefte aan had. De gemeente heeft bij de behandeling van de hulpvraag van verzoeker zorggedragen voor een doorverwijzing naar Neos, op haar kosten. Ook door Neos moest vervolgens zelfstandig zorgvuldig onderzoek worden gedaan naar de vraag in hoeverre de Wmo-aanvraag passend was. Door de gemeente werd in het kader van de hulpvraag ook geschakeld naar Psytrec. De eerdergenoemde mismatch heeft echter in de weg gestaan aan adequate hulp door Psytrec.

Het verwachtingspatroon van verzoeker ten aanzien van de handelingssnelheid en de te volgen procedure door de gemeente was wellicht niet realistisch. De gemeente moet onderzoek kunnen doen naar de hulpvraag ter onderbouwing van een onderzoeksverslag. Zowel het onderzoek als het onderzoeksverslag zijn wettelijk verplichte onderdelen om een indicatie vast te kunnen stellen.

Uit het dossier blijkt dat de (voormalig) medewerkster van het regieteam (nadere) inspanningen heeft geleverd om verzoeker te helpen. Zo heeft ze verzoeker aangeboden te helpen met het legen van zijn postbus. Nadat ze constateerde dat het postvak van verzoeker overvol was, nam ze contact op met de afdeling Burgerzaken om een lopend adresonderzoek te laten stopzetten. Dit om verdere problemen met de zorgverzekering voor verzoeker te voorkomen.

De gemeente heeft ook herhaaldelijk verzocht om op allerlei manieren in diverse samenstelling tot communicatie te komen maar daar is door verzoeker geen gehoor aan gegeven. Het is jammer dat het kennelijk nooit tot een gesprek is gekomen.

Verzoeker verwijst in zijn klacht veelvuldig naar verklaringen van derden. Hij heeft daar echter geen nadere onderbouwing voor gegeven en bij zijn klacht ook geen ondersteunende verklaring(en) gevoegd. Ook blijkt uit het overgelegde dossier geen enkel bewijs voor alle aantijgingen van verzoeker aan het adres van de medewerkers van de gemeente.

Tijdens de hoorzitting heeft verzoeker aangegeven dat zijn hulpvraag nu gericht is op afhandeling van de postmap (onder meer openstaande vorderingen). Dit maakt echter geen onderdeel uit van de klacht. 

Verzoeker stelt dat het verzwegen contact tussen mevrouw ... en de familie van verzoeker de vereiste onafhankelijkheid ondermijnt.

Mevrouw ... heeft verzoeker laten weten dat ze bekend was met zijn familie door werkzaamheden bij haar vorige werkgever. Dat het haar intentie was om verzoeker door deze melding te laten merken dat ze zich realiseerde hoe ernstig de situatie was waarin hij zich bevond. Uit het dossier is van contact of samenwerking tussen mevrouw ... en de familie van verzoeker niets gebleken. 

De Ombudscommissie concludeert dat er geen aanwijzingen zijn dat de gemeente nalatig zou zijn geweest bij de behandeling van de hulpvraag van verzoeker. Van schending van behoorlijkheidsnormen is geen sprake. 

Verzoeker stelt dat sprake is van onzorgvuldige klachtbehandeling: de klachtbehandelaar heeft de toetsing niet onafhankelijk uitgevoerd. Een bestuursorgaan behoort bij klachtenonderzoek hoor- en wederhoor toe te passen, feiten te verifiëren en mag niet enkel afgaan op interne verklaringen. 

De Ombudscommissie is van mening dat er geen aanwijzingen zijn dat de klachtbehandelaar haar taak niet onafhankelijk zou hebben uitgevoerd. In de klachtprocedure werden hoor en wederhoor toegepast. Het feit dat iemand dezelfde beoordeling heeft van de feiten, betekent niet dat er sprake is van klakkeloze overname.

Verzoeker voert aan dat sprake is van secundaire victimisatie: de voortdurende beschuldigingen van niet meewerken, het negeren van zijn klachten en het herhaaldelijk terugkoppelen naar dezelfde regisseurs ondanks conflictsituaties, hebben geleid tot hernieuwde psychische schade. 

De Ombudscommissie kan niet beoordelen of er een rechtstreeks verband bestaat tussen de klachten van verzoeker en de manier waarop zijn aanvraag in behandeling is genomen.

Verzoeker verzoekt de Ombudscommissie een onafhankelijk integriteitsonderzoek in te stellen. 

Het onderzoeken van mogelijke integriteitsschendingen is echter niet aan de Ombudscommissie, dit valt buiten haar bevoegdheid. Overigens zijn tijdens het onderzoek geen feiten of aanwijzingen naar voren gekomen die onderzoek zouden rechtvaardigen.

Het oordeel van de Ombudscommissie

 

  • Ten aanzien van de klacht van verzoeker met betrekking tot schending van de zorgplicht: de Ombudscommissie verklaart dit klachtonderdeel ongegrond;
  • Ten aanzien van de klacht van verzoeker met betrekking tot de onzorgvuldige klachtbehandeling: de Ombudscommissie verklaart dit klachtonderdeel ongegrond;
  • Ten aanzien van de klacht van verzoeker met betrekking tot de secundaire victimisatie: de Ombudscommissie is niet bevoegd dit klachtonderdeel te behandelen;
  • Ten aanzien van het verzoek van verzoeker aan de Ombudscommissie om een onderzoek in te stellen: de Ombudscommissie verklaart zich onbevoegd.  
     

Eindhoven, 22 juli 2026

De Ombudscommissie Eindhoven